Telegraaf (Januari 2012) |
REEUWIJK – Het is een vertrouwd ochtendritueel voor zijn schare trouwe volgers op Twitter. Iedere morgen dezelfde gemoedstoestand, iedere morgen dezelfde tweet. It's a beautiful daaaayyyyyyy!
Queen-zanger Freddy Mercury als vertolker van het alledaagse gevoel – het is niet iedereen gegund. Maar echt, voor Robin van Galen is iedere dag een schitterende dag.
,,Soms kom ik wel eens thuis na een lezing en zeg ik tegen mijn vrouw: tel je zegeningen. We hebben het goed, ik doe fijne dingen, we hebben een leuk salaris, een mooi huis en twee gezonde kinderen. Als ik tijdens tijdens mijn bezoekjes aan het bedrijfsleven soms zie hoe het er aan toe gaat... Inkrimpingen, ontslagen, faillissementen. Daar schrik ik soms wel van.''
Hij voelt zich een bevoorrecht mens. ,,Na Peking ben ik bewust een andere weg ingeslagen. Je leidt zeven jaar lang een heel intensief leven als bondscoach. Ik ben in de luxe positie dat ik een paar jaar voor een leuk alternatief heb kunnen kiezen. Als mijn kinderen straks groter zijn, durf ik zo'n olympisch traject van vier jaar best nog wel eens aan. Maar nu gewoon lekker even niet. Het past even niet in mijn leven.''
Een man van uitgesproken ideeën is hij nog altijd. Een jaar geleden werd hij benaderd door NOC*NSF om in dienst te treden. Het leek Van Galen (39) wel wat om zijn expertise ten dienste te stellen van de Nederlandse sport. Hij wikte en woog, maar herkende uiteindelijk geen kansen. Hij bedankte voor de eer om de structuur van een aantal teamsporten namens de sportkoepel eens goed tegen het licht te houden.
,,Het paste gewoon niet in mijn dagelijkse schema. Het werk dat ik nu doe, wordt wel eens afgedaan als schnabbelen. Maar ik leer er ontzettend veel van door bedrijven en instellingen aan de binnenkant te bekijken. Belastingkantoren, ziekenhuizen, bandenfabrieken, noem maar op. Het verrijkt me als mens. Je hoort van alles. Cijfers, maar ook ambities. Doelstellingen. Hoe de structuur in elkaar zit. Dat komt mijn ontwikkeling als coach en als mens ten goede. Bovendien: als je al veertig tot vijftig uur per week werkt, kun je er niet een betrekking van twintig uur bij nemen.''
Alternatieven zat. Met dank aan zijn verbale gaven.
,,Als je niets te kiezen hebt, ben je snel uitgeluld. Er moet natuurlijk wel geld verdiend worden. Gelukkig had ik best wel wat leuke dingen achter de hand.''
Eindelijk. Hij lééft. ,,Als je met die speelsters midden in zo'n olympisch project zit, heb je niet in de gaten wat er allemaal met je gebeurt. Je weet niet beter. Maar af en toe is het gewoon gekkenwerk geweest. Ik heb er, letterlijk en figuurlijk, grijze haren van gekregen.''
Korte overpeinzing. Dan: ,,Op sommige momenten had het wel iets van een sekte, ja.''
Nog altijd vertelt hij, met verve, wekelijks over het Wonder van Peking. Drie, vier keer in de week. Zelfs drieënhalf jaar na dato nog. ,,Ik doe dit een jaartje, dacht ik aanvankelijk. Dan zijn de mensen er wel klaar mee. Maar tot mijn verbazing word ik nog steeds gevraagd. Stervensdruk, heb ik het.''
Voor die andere passie, snelle bolides, blijft gelukkig voldoende ruimte over. In twintig jaar tijd versleet hij twintig wagens. Tweedehands, dat wel. ,,Want we maken het natuurlijk niet te gek.'' Van alle auto's maakt hij een foto, die hij in een speciaal album bewaart. Gewoon, een leuk aandenken.
Lachend: ,,Ik zeg wel eens dat ik drie hobby's heb: waterpolo, vrouwen en auto's.''
Zijn nieuwe werkzaamheden passen naadloos in dat rijtje. ,,Blijkbaar heb ik het in me om een groep mensen te boeien. Om ze iets mee te geven waar ze over kunnen nadenken. Dat ze hun werkzaamheden als leidinggevende voortaan iets zelfbewuster uitvoeren.''
,,Wat ik die bedrijven mee geef, is dat ze zelfbewuster moeten kijken naar hoe ze mensen coachen, hoe ze samenwerken, hoe ze doelen stellen, hoe ze ambitieus kunnen zijn. Negen van de tien keer functioneren mensen niet naar behoren. Worden ze slecht begeleid of werken ze niet optimaal samen. Ik vertel dan tegen welke problemen ik ben aangelopen tijdens ons proces richting Peking en hoe ik dat geprobeerd heb op te lossen. Het heeft me wel eens aanbiedingen uit het bedrijfsleven opgeleverd, ja. Ook dat paste niet in mijn huidige leventje. Ik ben zo vrij als een vogel. Ik zou niet willen ruilen. Met niemand.''
,,Het meest confronterende dat ik tijdens mijn lezingen heb meegemaakt? Dat ik ergens een praatje ging houden, daar een paar duizend euro mee verdiende en de directeur een uur later doodleuk aan honderd mensen die in de zaal zaten vertelde dat ze er uit vlogen. Dan denk ik: nodig mij niet uit! Steek het geld dat ze aan mij uitgeven in een etentje met die mensen, of geef ze een extraatje mee. Als ik dat geweten had, was ik niet gekomen.''
Ach ja, het bedrijfsleven. ,,Het schort vaak aan zelfkennis en zelfkritiek. Dat zijn uitgerekend de twee pijlers die ik bij mijn sporters probeer te ontwikkelen. Kijk eerst eens naar jezelf, voordat je naar een ander wijst. Wat doe ik goed? Waar kan ik verbeteren? Hoe kan ik meer uit mezelf halen?''
,,Veel mensen kunnen op dergelijke vragen geen antwoord geven. Als we kritiek krijgen, zijn we gewend om van ons af te slaan. Om ons heen te schoppen. Maar in kritiek zit vaak een kern van waarheid. Mensen moeten zich pas zorgen gaan maken op het moment dat ze geen kritiek meer krijgen. Dan ziet de omgeving het namelijk blijkbaar niet meer in ze zitten.''
Een onverdeeld genoegen zijn de bezoekjes aan het vaderlandse bedrijfsleven niet per definitie. Soms is het zelfs behoorlijk schrikken.
,,Ik merk vaak dat managers heel veel moeite hebben om duidelijkheid te scheppen aan de mensen die onder hen werken. Terwijl duidelijkheid scheppen juist een kenmerk is van goed leiderschap. Ook in gesprekken waar slecht nieuws moet worden overgebracht. Blijkbaar is het moeilijk om helder te zijn als het om een negatieve boodschap gaat.''
Hij heeft ze gehoord, de geluiden dat hij al het succes naar zichzelf heeft toe getrokken. 
,,Ik zou mijn speelsters te weinig krediet hebben gegeven. Onzin. In iedere presentatie die ik geef, vertel ik dat ik slechts een radertje was. Dat de speelsters het in het water moesten doen. Het is gewoon typisch Nederlands om met zulke verwijten te komen. Toen het tijdens het WK van 2007 in Melbourne bijvoorbeeld níet goed ging, was ik ook degene die het woord voerde op het moment dat er aan mijn stoelpoten werd gezaagd. Maar dan hoor je niemand.''
Het tij keerde in een jaar tijd. En daarmee ook zijn leven. ,,Vooropgesteld: als we in Peking derde waren geworden, was ik nog steeds zielsgelukkig geweest. Maar die 21e augustus 2008 heeft mijn leven definitief veranderd. Of ik gelukkiger ben geworden van die gouden medaille? Ja, in zekere zin wel. Ten eerste krijg je enorm veel waardering. Door het olympisch goud ben ik bovendien in de gelegenheid gekomen om mezelf te vermarkten. Ik probeer dan ook mijn sport centraal te stellen. Of er nou honderd of duizend mensen in de zaal zitten, ze gaan allemaal naar huis met een waterpoloverhaal.''
Het is nog maar de vraag of het succes komende zomer in Londen een vervolg krijgt. In het waterpolo dan wel in een andere sport. ,,Het is een pijnlijke conclusie dat we op de Spelen maar met een paar teams vertegenwoordigd zijn. Doodzonde. Ik denk dat het in de meeste gevallen een kwestie van geld is. Er wordt te weinig geïnvesteerd in competities, talentontwikkeling en nationale selecties. Als je vandaag zou zeggen: we willen in de toekomst iets doen met, bijvoorbeeld, volleybal, dan moet je daar tien en misschien zelfs wel twintig jaar voor uittrekken. Dat is in de jaren '80 ook gebeurd. Het probleem is dat we op korte termijn succesvol willen en moeten zijn.''
Financiën worden bovendien lang niet altijd op de juiste wijze gespendeerd, heeft hij ondervonden.
,,Ik doe ook wel eens lezingen voor rotaryclubs. Begrijp me goed, ik heb helemaal niets op ontwikkelingshulp tegen. Maar als ik zie dat zo'n rotaryclub een dorp in Rusland of Roemenië adopteert, dan zet ik daar zo mijn vraagtekens bij. Zeer prijzenswaardig dat je de medemens in arme landen helpt, daar niet van. Maar de regeringen in die landen hebben budgetten voor de sport waar wij in Nederland niet aan kunnen tippen. Dan zeg ik: zou zo'n rotary niet beter een Nederlandse basketbalclub of een turnvereniging kunnen adopteren, in plaats van een ziekenhuis in Rusland te bouwen? Laat die Russische overheid dat zelf doen.''
De Nederlandse sport heeft het moeilijk. Toch is en blijft het optimisme de boventoon voeren.
,,De kans dat de waterpolosters zich voor Londen plaatsen, schat ik toch wel in op vijftig procent. Het mag tijdens deze EK geen probleem zijn om bij de eerste vijf te komen en plaatsing voor het olympisch kwalificatietoernooi af te dwingen. Wat er vervolgens daar gebeurt, is de vraag. Je moet afrekenen met Rusland, Griekenland, Spanje, Hongarije, Italië en Canada. Dat zijn dus zeven landen die om vier plekken vechten. Dat maakt de kans dus zelfs groter dan vijftig procent.'' De opdracht is eenvoudig. ,,Je moet er voor zorgen dat je dat toernooi gewoon goed bent. Dat is een kwestie van voorbereiden. 2% van wat je doet, is toeval. Op de overige 98% heb je invloed.''
En ben je eenmaal in Londen, dan is het een loterij. ,,Je kunt zevende worden. Maar met een beetje geluk en goede vorm net zo goed ook eerste. Dat hebben we in Peking wel gezien.''
Terug





