Sport Exclusief (juli 2011) |
Van Galen blijft bij zijn leest
Hij leerde koken, een paar woordjes Spaans en filmpjes maken voor de regionale omroep. Maar hoe leuk ook, uiteindelijk geeft niets hem zo veel plezier als aan de rand van een zwembad staan. In augustus begint Robin van Galen aan een nieuw avontuur bij UZSC in Utrecht. Het begin van iets moois? Het zou niet voor het eerst zijn.
De rondleiding bij zijn toekomstige werkgever, eind vorig jaar, moet gevoeld hebben als een comeback. Zes maanden lang had hij geen zwembad gezien. Bewust, om afstand te nemen van de sport. Het heilige vuur was veranderd in een waakvlam, wachtend op nieuwe brandstof.
De 'sabbatical', die uiteindelijk een jaar zou duren, heeft Robin van Galen goed gedaan. Met fris gemoed begint hij in augustus aan een nieuw seizoen bij UZSC, een club 'met ontzettend veel potentie'. Van Galen is, kortom, back in business.
Zijn sabbatical kwam eigenlijk te laat. Twee jaar, om precies te zijn. "Misschien had ik na de Olympische Spelen al een jaar rust moeten nemen," vertelt hij in zijn Reeuwijkse woning aan het water. "Het traject naar de Spelen toe was een uitputtingsslag. En ook ná de Spelen heb ik geen moment rust heb gehad. Interviews, lezingen, presentaties; het hield niet op. Dat had ik natuurlijk nooit kunnen voorzien - wist ik veel dat we goud zouden winnen. We waren een outsider voor de titel, niet bepaald favoriet."
Vermarkten
Van Galen - coach van het jaar 2008 - was zogezegd 'hot' na de Spelen. De media, het bedrijfsleven; iedereen trok aan hem. Dat hij vrijwel overal mee instemde, heeft vooral met geld te maken. "Laten we wel wezen: op zo'n moment moet je jezelf vermarkten. Ik had twintig jaar lang getraind voor nauwelijks meer dan een reiskostenvergoeding. Als bondscoach verdiende ik een modaal salaris, terwijl ik zeventig uur in de weer was."
Vóór de Olympische Spelen in Beijing had de coach al een contract getekend bij GZC Donk. Hij zou er de mannenploeg trainen. Twintig uur in de week voor nog geen duizend euro per maand. Logisch dus, dat de rest van de week gevuld werd met lezingen en presentaties voor bedrijven. Van Galen lanceerde een website, richtte een B.V. op en verdient daar nog steeds een flinke boterham mee. Ondertussen schreef hij een boek en won hij met GZC Donk alles wat er te winnen viel. Toen in 2010 zijn contract afliep, vond hij het tijd worden voor een sabbatical. "Op dat moment had ik al 22 jaar gecoacht," zegt hij. "Vanaf mijn 16e. Ik was toe aan iets anders. Te verzadigd om me nog op te kunnen laden."
Wijnproeverij
Hij schreef zich in voor een kookcursus, tot groot vermaak van zijn vrouw Marjan. Daarna volgde een wijnproeverij en een cursus Spaans. Zomaar, omdat hij het leuk vond. "Ik wilde dingen uitproberen. Gaf lezingen en hield daarnaast nog genoeg tijd over. Tijd om aan mijn gezin besteden. Om te leren koken, een vreemde taal te leren. Voor het sportjournaal van RTV Rijnmond maakte ik filmpjes. Die noemden we 'Van Galen ontmoet...'. Ik was te gast bij Louis van Gaal in München, sprak met Epke Zonderland, Robert Eenhoorn en Inge de Bruijn. Binnenkort sluiten we af met Bert van Marwijk. Ik was co-commentator bij thuiswedstrijden van Feyenoord. Omdat ik wel eens wilde zien hoe het is om aan de andere kant van die microfoon te staan."
Zijn journalistieke mini-carrière krijgt geen vervolg. Want hoe vaker Van Galen 'vreemdging', des te groter het besef dat coachen toch zijn core business is. "Zo'n klus voor RTV Rijnmond is hartstikke leuk, maar tegelijkertijd denk ik: 'schoenmaker blijf bij je leest'. Ik ben geen TV-maker. Bovendien merkte ik al snel hoe moeilijk het is om bij de mensen binnen te komen. Dat is niet echt mijn ding."
Bondscoach van Brazilië
Ondertussen bleven de aanbiedingen komen, om Van Galen eraan te herinneren wat wél zijn 'ding' is. "Ik kon bondscoach worden, van Brazilië, Japan, Spanje, Duitsland en Nieuw-Zeeland. Brazilië belde kort nadat ze de Spelen van Rio, in 2016, kregen. Ik kon tekenen voor zeven jaar. Maar ik zag te veel nadelen. Ik moet ook aan mijn gezin kiezen."
Hij koos uiteindelijk voor UZSC in Utrecht, dat grootse ambities heeft. De club belde op het juiste moment, eind 2010, toen het weer langzaam begon te kriebelen bij de coach Van Galen. "De ambitie van UZSC sprak me aan," zegt hij. "De leiding vertelde wat ze van plan was en na het vierde gesprek zei ik 'ja'. Weet je, veel Nederlandse waterpoloclubs roepen van alles, maar daar blijft het dan bij. UZSC roept niet alleen, maar onderneemt ook veel. Er komt een nieuw zwembad en er worden nieuwe, goede spelers aangetrokken."
Bij meervoudig kampioen Donk kwam hij in een gespreid bedje terecht. Hij won twee jaar achtereen de dubbel. In Utrecht staat Van Galen plotseling aan het roer van een subtopper. De vergelijking met subtopper Oranje, het damesteam van vóór de Spelen, dringt zich op. "Ik vind het leuk om iets op te bouwen," beaamt hij. "Afgelopen jaar speelde UZSC voor het eerst in de hoofdklasse. Binnen drie jaar willen we structureel in de top meespelen. Dat gaat wel gebeuren ook."
Opoffering
Hij wordt er niet alleen hoofdcoach, maar ook technisch directeur. Bovendien gaat hij zich met de jeugdopleiding bemoeien. Bijna een fulltime baan, noemt Van Galen het. Dertig uur per week, zodat er nog tijd overblijft voor zijn B.V. Nog steeds geeft hij twee, drie lezingen per week. Minder dan in het eerste jaar na de Spelen, maar nog genoeg om van te leven. Hij vindt het leuk om te doen, ook al omdat het spreken voor grote groepen hem gemakkelijk afgaat. Lang niet elke (ex-)sporter en coach is gezegend met redenaarstalent, maar bij Van Galen staan zijn communicatieve vaardigheden nimmer ter discussie. Al vrij snel na zijn eerste, inspirerende lezingen begon zijn naam rond te zingen in het bedrijvencircuit. "Mensen identificeren zich graag met succes," zegt hij. "Als we in 2008 vijfde waren geworden, had ik nu echt geen lezingen gegeven. Het verhaal van de waterpolodames spreekt tot de verbeelding. Het gaat over opoffering, commitment, je kunnen focussen, teambuilding, noem maar op. Ik ben geen René van der Gijp die de lachers aan zijn kont heeft hangen, maar iemand met een inhoudelijk sterk verhaal."
Gekkenwerk
Dat verhaal gaat dan - uiteraard - over de drie jaar dat Van Galen zich met zijn selectie afzonderde in de bossen bij Zeist. Met maar één missie: Olympisch kampioen worden. Een vrij extreme voorbereiding, misschien gewoon in communistische regimes, maar uitzonderlijk voor Nederlandse begrippen. "Het was een fysieke en mentale uitputtingsslag," zegt Van Galen nu. "Voor het héle team. De impact op je gezinsleven en sociale leven is enorm. Gekkenwerk? Laat ik dit zeggen: als je er middenin zit, weet je niet beter. Achteraf denk ik: het zat op het randje. We waren bezeten van de sport. Dat was ook nodig, want anders kun je je grenzen niet verleggen."
Van Galen sluit niet uit dat hij over vijf tot tien jaar nog eens zo'n avontuur aangaat. Nu is het nog te vroeg. Londen 2012 is geen toernooi dat hij nu zo nodig moet meemaken. "Als je nu aan mij zou vragen: wil je ruilen met Mauro Maugeri (de Italiaanse bondscoach van de dames, JJ), dan zeg ik nee. Ik heb het hoogste al bereikt. Daar kan ik niet meer overheen. Of toch wel. Het zou mooi zijn om nóg een keer Olympisch kampioen te worden. Mijn Hongaarse collega Denes Kemendy is het drie keer gelukt. Dan ben je een fenomeen. Dat wil ik ook wel, maar niet nu. Weet je waar ik van droom? Om in 2028 bondscoach te zijn, op voorwaarde dat de Spelen in Nederland worden gehouden. Dan ben ik 56. Het lijkt me geweldig om voor eigen publiek Olympisch kampioen te worden."
Terug





