Runner's World (juni 2011) |
Het begin
'Ik liep altijd ’s zomers, buiten het waterpoloseizoen. In 2006 stopte ik met spelen, want dat was niet meer te combineren met coachen. Ik wilde blijven sporten en lopen is dan het meest flexibele. Dat je er niemand voor nodig hebt, spreekt mij het meeste aan.'
Gezondheid
'Ik loop voor mijn gezondheid. Coachen is vooral een mentale inspanning en daarom heb ik er behoefte aan om twee keer per week zelf wat doen. Daar krijg ik energie van, ik vind het leuk en ik kan lekker over veel dingen nadenken. Ik scheid me af van de drukke wereld om me heen en kan mijn gedachten beter ordenen.'
Rotterdam
'Ik werd steeds fanatieker en wilde al snel de marathon lopen. Ik ben een geboren en getogen Rotterdammer en woonde dertig jaar vlakbij het parkoers. Ik had er veel respect en waardering voor, maar ik ben 1.94 lang en weeg 100 kilo. Niet echt een hardlooplichaam en een goede reden om het niet te doen.'
Training
'Naast een duurloop van gemiddeld anderhalf uur doe ik wekelijks een intervaltraining van een uurtje. Een minuut keihard en dan vier minuten rustiger. Ik heb gemerkt dat ik op zand wat meer scheef loop en last krijg van mijn heupen en enkels. Dus loop ik meestal op asfalt.'
Marathon
'Ik wilde toch een keer mijn grenzen verleggen en ben vanaf januari langere afstanden gaan trainen. Mijn lichaam gaf aan dat ik wekelijks niet veel meer moest doen dan één lange duurloop van maximaal 25 kilometer. Anders kreeg ik blessures. En verder een of twee korte stukjes van 10 tot 12 kilometer en wat intervalwerk. Uiteindelijk was ik niet voldoende voorbereid. Tot dertig kilometer ging het goed, daarna ging ik het Kralingse Bos in. Je ziet daar weinig mensen langs de kant, alles doet pijn, je krijgt een beetje medelijden met jezelf en de man met de hamer komt een paar keer langs. Dat is echt killing.'
Sfeer
'Ik wilde die sfeer een keer ervaren en ervan genieten. Ik heb er totaal geen spijt van. Het was geweldig. Ik wilde per se finishen en de tijd maakte me helemaal niet uit. Ik wist dat je binnen 5.30 uur moest eindigen voor een medaille. Het werd 5.29.48.'
Peking
'Op moeilijke momenten moest ik vaak terugdenken aan ons olympische traject. Daar probeer je toch motivatie uit te halen. Vooral uit de euforische momenten in de kwart-, halve en hele finale. We stegen boven onszelf uit en kwamen in een soort flow. Als je daaraan denkt, geeft dat energie. Ik kon ook niet stoppen omdat ik gevolgd werd door RTV Rijnmond. Als coach moet je toch het goede voorbeeld geven.'
Overeenkomst
'Alleen op mentaal gebied zijn er overeenkomsten tussen lopen en waterpolo. Ik ben als speler en coach altijd een doorzetter geweest met een goede mentaliteit. Dat heb je als loper ook nodig. Lopen zonder afleiding zet je vaak op een negatieve manier aan het denken. In de marathon moet je proberen niet toe te geven aan pijn of het medelijden met jezelf. Als je na 25 kilometer denkt dat je nog 17 kilometer moet, werkt dat heel negatief. Dan is de kans om de finish te halen veel minder groot.'
Kunst
'Hak die laatste zeventien kilometer in vier stukjes en probeer het zo dragelijker te maken. Als je in het waterpolo achterstaat, kun je denken dat de tegenstander goed is of de scheidsrechter slecht. Daar ga je echter niet beter van spelen. De kunst is om je te richten op waar je goed in bent, op je taken en op wat er van je verwacht wordt.'
Humeurig
'In drukke periodes word ik humeurig omdat ik niet aan mijn training toekom en chagrijnig omdat een bepaalde energie in mijn lichaam eruit wil, maar dat niet kan. Daar worden dan thuisfront en spelers het slachtoffer van. Ik heb het er weleens met ze over gehad. Spelers moeten zich realiseren dat de coach ook afleiding, beweging of ontlading nodig heeft om fris te zijn. Anders heb je kans dat je iets over het hoofd ziet of niet goed analyseert. Spelers moeten niet te laat naar bed voor de wedstrijd en geen alcohol drinken, maar dat geldt voor de coach ook. Na het lopen heb ik meestal wel een dagje wat stijve spieren of spierpijn, dus dat doe ik niet vlak voor een wedstrijd.'
Robin van Galen (39) werkte vanaf 1995 als leraar economie en werd in 1999 manager van het KNVB-zwembad in Zeist. Van Galen speelde in Jong Oranje, maar raakte geblesseerd aan zijn schouder en koos op jonge leeftijd voor het trainersvak. Van 2004 tot 2008 was hij fulltime bondscoach. Na het grote succes in Peking gaf hij veel presentaties en nam een sabbatical. Vanaf komend seizoen coacht hij UZSC in Utrecht.
Terug





