NU sport (juli 2011) |
Waterpolotrainer Robin van Galen (39) had vorig jaar door de nasleep van de gouden Olympische Spelen van 2008 minder plezier in het coachen en nam een sabbatical. Nu volgt de oud-bondscoach de verrichtingen van ‘zijn’ vrouwenploeg op het WK in Sjanghai thuis. “Ik heb er een hekel aan als mensen over hun graf heen regeren.”
Door Thomas Olsthoorn en Robin Hamelink / Fotografie Dirk-Jan van Dijk
Is jouw hartslag al weer een beetje gedaald? Je maakt je de laatste tijd op twitter zo druk over de toestanden bij Feyenoord.
“Ik ben een Rotterdammer, heb dertig jaar in de stad gewoond. Dan word je geïnfecteerd met het Feyenoord-bloed. Soms reageer ik als coach, maar af en toe ook als emotionele supporter.”
De kritiek die je levert is niet mals. Technisch directeur Martin van Geel is een lafaard en van het functioneren van algemeen directeur Eric Gudde springen de tranen je in de ogen.
“Ach, soms reageer je emotioneel als supporter en dan komt het er wel eens scherp uit. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de spelers een trainer wegsturen. Van Geel had de kwestie met Mario Been moeten gebruiken om leiderschap te tonen en een statement te maken dat hij niet zo werkt. Dat heeft hij niet gedaan. Sterker nog, als je binnen één minuut vijf keer zegt dat het niet jouw verantwoordelijkheid is, dan vind ik dat laf. Als ik naar Gudde kijk, zie ik ook geen daadkracht.”
Ben je te spreken over het binnenhalen van Ronald Koeman?
“De keuze is niet slecht, maar elke weldenkende toptrainer zou nu gezien de slechte organisatie niet aan de slag gaan bij Feyenoord.”
Zou je iets kunnen betekenen voor Feyenoord?
“Ik denk dat ik best een functie kan bekleden binnen de organisatie. Niet als hoofdcoach, maar bijvoorbeeld wel als adviseur of assistent-coach. Na twintig jaar coachen weet ik wel iets van mensen en teamvorming.”
Is dit een open sollicitatie?
“Nee, ik zou niet in de voetballerij willen werken. Het is een aparte bedrijfstak die mij niet aanspreekt. Ik heb ook te weinig verstand van voetbal om echt een belangrijke rol te kunnen vervullen bij Feyenoord.”
Kritiek
Je hebt een duidelijke mening. Waarom horen we jou als oud-bondscoach nooit kritisch over de Nederlandse waterpolosters?
“Toen ik actief was als bondscoach zeiden mijn voorgangers wel eens iets in de pers over mijn functioneren of over de ploeg. Dat heb ik nooit leuk gevonden. Ik heb er een hekel aan als mensen over hun graf heen regeren, daarom laat ik me weinig uit over de prestaties van mijn opvolger Mauro Maugeri.”
Er zijn vast kritische kanttekeningen te plaatsen bij de voortgang van jouw oude team.
“Ik voel me er gewoon niet prettig bij om heel kritisch te zijn richting de Nederlandse ploeg. Ik weet namelijk dat er mensen zijn die aan de haal gaan met mijn mening. Natuurlijk zijn er ook punten die minder gaan, maar over het algemeen ben ik erg positief. Misschien moet er alleen nog meer worden getraind en moeten de speelsters dichter bij het nationale trainingscentrum in Zeist gaan wonen. Het is slechts een detail, maar het kan wel bijdragen aan eventuele successen. Mocht er echt iets serieus op aan te merken zijn, dan zou ik dat overigens wel doen. Ook intern.”
Het is drie jaar na de gouden Olympische Spelen van Peking. Is er een passend vervolg gegeven aan het door jou ingezette traject?
“Het Nederlands team doet het prima. Ze hebben zich gehandhaafd in de wereldtop en dat is een knappe prestatie. De vijfde plek op het WK 2009 en de derde plek op het EK 2010 waren logische resultaten. De media kijken daar weer anders tegenaan, maar in 2009 moest de helft van het team worden vervangen en dat kost nu eenmaal tijd. Als ze deze week vierde worden op het WK in Sjanghai en zich dus verbeteren ten opzichte van twee jaar terug, dan doen ze het gewoon goed. Ze zijn in staat om volgend jaar in Londen weer goud te winnen. “De KNZB heeft een goede keuze gemaakt met Maugeri. Die man is een topcoach met een indrukwekkende cv. Hij heeft meer gewonnen dan ik, dus wat dat betreft niets dan respect.”
Betekent zijn aanstelling dat er in Nederland geen geschikte opvolgers voor jou waren?
“Dat klopt. We hebben in dit land te weinig waterpolocoaches die hebben bewezen tot de top te behoren. Op dit moment kan ik weinig Nederlanders noemen die geschikt zijnvoor de job.”
Je vindt jezelf dus de enige Nederlandse topcoach?
“Dat is wellicht wat kort door de bocht, maar feit is wel dat we te weinig topcoaches hebben.”
Dat is een zorgwekkende constatering.
“Inderdaad. De zwembond zou meer energie moeten steken in de paar talenvolle coaches die we hebben en nu al bezig moeten zijn met de opvolging van Maugeri anders zitten we straks weer met een probleem”
Kunnen we constateren dat waterpolo ondanks de gouden plak nog altijd niet serieus wordt genomen door het grote sportpubliek?
“Ik merk om me heen dat er wel meer aandacht is voor de sport, maar financieel stelt het voor de internationals nog steeds niet veel voor. Ze moeten het doen met duizend euro per maand, dat is geen vetpot. Waterpolosters stoppen vaak op jonge leeftijd met topsport, omdat er geen perspectief is in Nederland. Als de KNZB meer sponsors aantrekt, kunnen de internationals meer verdienen en houden ze het niet zo snel voor gezien.”
Na Peking heb je laten optekenen dat de zwembond de hype van de Spelen niet optimaal had benut.
“Ik vond dat de bond laks was geweest. Er zijn nu twee prima sponsors, maar dat hadden er met een goed pr-beleid meer kunnen zijn. Die kritiek is me niet in dank afgenomen en daardoor raakte de relatie met het bondsbestuur vertroebeld. Sinds een halfjaar hebben we er een streep onder gezet en zijn we weer on speaking terms.”
Heb jij wel jouw mogelijkheden benut?
“Ik denk dat ik het goed heb gedaan. Na de Spelen heb ik mijn eigen bedrijfje opgestart, ik geef lezingen, workshops en trainingen in het bedrijfsleven. Het loopt nog steeds als een trein, dat had ik niet verwacht. Mensen willen blijkbaar mijn verhaal blijven horen.”
Is geld een drijfveer geworden?
“Het is niet mijn eerste prioriteit, maar geld verdienenhoort bij het leven. Als er kansen voorbij komen, dan moet je die pakken. Dat heb ik gedaan. Ik vind het leuk om mijn ervaringen te delen en leer veel van mijn ontmoetingen in het bedrijfsleven. Wat we met de Nederlandse ploeg hebben gepresteerd is uniek en daar profiteer ik van.”
Verzadigd
Basketbalcoach Ton Boot nam steeds om de drie, vier jaar een sabbatical om een burn-out te voorkomen. Was dat ook jouw reden om halverwege 2010 een rustperiode in te lassen?
“Ik geloof niet dat ik een burn-out heb gehad, maar ik merkte op een gegeven moment wel dat ik minder gretig was en op de automatische piloot ging coachen. Achteraf gezien had ik na de Spelen een sabbatical moeten nemen. Ik had daarvoor echter al een tweejarig contract getekend bij GZC DONK. Na het succes in Peking kwam er een enorme drukte op me af, het was een heksenketel. Ik werkte twintig uur per week bij DONK en deed daarnaast veel interviews en commerciële activiteiten.
“Ondanks alle hectiek heb ik mijn werk bij de mannen van DONK goed gedaan, we pakten twee jaar achter elkaar de dubbel. Begin 2010 nam ik de beslissing om na het seizoen een jaar rust te nemen. De spelers hebben het denk ik niet gemerkt, maar de scherpe randjes waren er af. Ik raakte verzadigd, bereidde trainingen minder goed voor en was niet meer op natuurlijke wijze aan het coachen. Het voelde als een verplichting en daardoor had ik minder plezier. Dat was het teken om een jaar iets anders te gaan doen.”
Je kon geen zwembad meer zien?
“Als ik met mijn zoontje ging zwemmen, dan bleef ik daarna niet hangen om naar de competitiewedstrijd van DONK te kijken. Voor de wedstrijd was begonnen, was ik al naar huis. Ik had er gewoon geen zin in.”
Je wordt omschreven als een perfectionist. Was het frustrerend om te moeten erkennen dat je niet meer op honderd procent aan het coachen was?
“Dat irriteerde me, ja. Omdat het niet bij mijn karakter past. Ik moet alles honderd procent goed doen, 99 procent is bij mij niet genoeg.”
Je hebt tijdens jouw vrije jaar onder meer voor RTV Rijnmond portretten gemaakt van atleten en coaches uit andere takken van sport.
“De ontmoetingen met onder meer Epke Zonderland, Inge de Bruijn, Shani Davis en Louis van Gaal hebben me enorm geïnspireerd. Het was goed om bij andere sporten een kijkje in de keuken te nemen. De ontmoeting met Van Gaal was het meest bijzonder. Ik heb hem als collega-coach heel hoog zitten, Van Gaal presteert al jarenlang fantastisch op het hoogste niveau. Ik mocht een dagje meelopen toen hij nog trainer was bij Bayern München. We hebben uitgebreid gesproken over de goede en slechte periodes in zijn loopbaan. Hij was erg openhartig, dat vond ik mooi.”
Ga je het erin houden, om de zoveel jaar een sabbatical?
“Het is me erg goed bevallen, dus het zou zomaar kunnen dat ik in de toekomst nog een keer een break neem. Door boeken te lezen, cursussen te volgen en bij andere sporten te gaan kijken, heb ik me als coach ontwikkeld. Ik ben er gretiger uitgekomen. In plaats van ’s avonds een romantische film te kijken met mijn vrouw, wat ik trouwens ook wel eens doe, ben ik de laatste tijd weer met veel plezier trainingen aan het voorbereiden. Daar merk ik aan dat ik graag weer aan het werk ga.”
Sterven in het harnas
Wanneer kreeg je voor het eerst weer zin om te gaan coachen?
“Afgelopen winter. Ik was benaderd door UZSC om coach van de mannen en technisch directeur te worden. Met de leiding van de club sprak ik af in het zwembad. Ik had zeven maanden lang geen waterpolowedstrijd gezien, maar al snel werd ik weer door het spelletje gegrepen. De gretigheid straalde er vanaf bij UZSC en ook in de gesprekken met het bestuur kwam de ambitie van de club duidelijk naar voren. Ze zijn afgelopen seizoen in het eerste hoofdklassejaar negende geworden en willen binnen een paar jaar tijd bij de top van Nederland horen. Gezien de mogelijkheden en faciliteiten die er komen, zoals een nieuw zwembad, is UZSC een sleeping giant. Het is aan mij om die reus te laten ontwaken en er een topclub van te maken. Ik moet mezelf weer bewijzen, dat vind ik een mooie uitdaging.”
Waarom heb je niet voor een mooi buitenlands avontuur gekozen?
“Mijn gezin komt op dit moment op de eerste plaats. De drie jaren voor de Spelen was ik weinig thuis. Ik zou het erg egoïstisch van mezelf vinden om nu naar het buitenland te gaan. Ik kon voor zeven jaar tekenen als bondscoach van de Braziliaanse vrouwen en de Spelen van 2016 in Rio de Janeiro doen. Dat was echt een goede aanbieding. Ik denk echter niet dat ik er gelukkig zou zijn geworden. Natuurlijk heb ik ambities om ooit naar het buitenland te gaan en nog een keer actief te zijn op de Spelen, maar dat kan altijd nog als mijn zoons ouder zijn. Ik ben pas 39 jaar, over twintig jaar kan ik ook nog naar het buitenland.”
Ben je van plan om zo lang door te gaan?
“Ik zie mezelf doodgaan aan het zwembad, sterven in het harnas. Ik heb het talent gekregen om waterpolocoach te zijn en daarom zal ik het nog jaren blijven doen. Of ik op mijn 75e met een looprek nog sta te coachen langs de kant? Ik kan dan ook gewoon op een stoel gaan zitten, hoor. Als mijn gezondheid nog goed is, zou het best kunnen dat ik op die leeftijd nog actief ben.”
Whereabouts
“Deze week geniet ik lekker van mijn laatste vakantiedagen. Dat betekent leuke dingen doen met mijn twee zoontjes: varen op de Reeuwijkse Plassen, voetballen op straat, naar de speeltuin en het openluchtzwembad gaan en een keertje buiten de deur eten. Tussendoor ben ik me alvast aan het voorbereiden op mijn nieuwe baan bij UZSC. Op 1 augustus ga ik officieel weer lekker aan het werk.”
Terug





