Niets is onmogelijk |
Twee weken geleden ben ik samen met mijn broer een weekje naar Atlanta in Amerika geweest. Sinds een paar jaar proberen we ieder jaar als broers “iets leuks” te doen en dit jaar wilde hij perse naar Wrestlemania 27, een worstelshow die zijn weerga niet kent.
Als kinderen zagen we samen Hulk Hogan en Andre the Giant het Amerikaanse “show” worstelen groot maken en het leek ons leuk om jaren later dit entertainment van dichtbij te gaan bekijken.
Ruim een jaar van te voren had mijn broer al “platina” ringside seats bemachtigd, wat betekende dat we niet alleen op rij zes zaten bij Wrestlemania en de superstars bijna konden aanraken, maar dat we ook drie dagen lang toegang hadden tot van alles en nog wat. Een avond naar de Hall of Fame waar ex-superstars op een gala-avond in het zonnetje werden gezet, de volgende dag naar een worstelshow met 30.000 toeschouwers, twee middagen naar beurzen waar stands stonden en natuurlijk naar de hoofdshow zelf.
Op Zondag 3 april was het dan zover, de grootste worstelshow van het jaar en in het American Footbal stadium van Atlanta zaten ruim 71.000 mensen bijeen om dit spektakel mee te maken. Natuurlijk weet iedereen dat de meeste klappen niet vol doorgehaald worden en dat de vliegende escapades van te voren gerepeteerd en afgesproken zijn, maar toch. Je kan er alles van zeggen, maar gevoel voor show en entertainment kun je de Amerikanen niet ontzeggen.
Omdat het 10 uur vliegen was waren we min of meer al twee dagen kwijt en bleef er slechts 1 avond over. Die mocht ik dan wel invullen van mijn broer ! Laat nou net op onze enige vrije avond die week de NBA ploeg van Atlanta Hawks tegen de Boston Celtics spelen. Dat de kaarten 100 dollar waren was misschien het enige vervelende, maar voor de rest was het geweldig ! Je moet er van houden, maar zowel van de worstelshows als het NBA Basketbal kunnen we allemaal veel leren. Hoe de mensen vermaakt worden, de merchandising en alle kleine en grote details om zo’n evenement heen. Het was allemaal ongelooflijk professioneel !
Gelukkig had ik weinig last van de jetlag want op woensdag 6 april kwamen we terug op Schiphol en op zondag 10 april stond mijn eerste (en waarschijnlijk ook laatste) marathon van Rotterdam op het programma. Jarenlang heb ik de lopers voorbij zien komen langs mijn ouderlijk huis, want wij woonden vrijwel aan het parcours. Altijd heb ik de wens gehad om zelf deze onmenselijke afstand af te leggen, maar bij gebrek aan tijd was het er nog nooit van gekomen.
Daarom kon ik in mijn sabbatical niet om deze persoonlijke wens heen. Maanden lang heb ik in de kou getraind. Waar ik normaal twee keer per week 10 km gewend was moesten de trainingsafstanden flink opgevoerd worden wat dus kon betekenen dat je met een temperatuur van onder het vriespunt een uurtje of drie aan het rennen was.
Ondanks dat stond ik vastberaden aan de start op de Coolsingel om 11.00 uur. Het weer was prachtig voor de toeschouwers (ruim 21 graden) maar eigenlijk te heet voor de lopers. De eerste 25 km liepen gesmeerd en ik voelde me goed, maar daarna voelde ik de vermoeidheid snel opkomen. Bij het 30 km punt moest ik voor het eerst “wandelen” en tussen de 30 en de 36 km gebeurde dat nog een paar keer. Alles deed me pijn. Mijn enkels, knieën, heupen, rug, noem het maar. Coördinatie was ver te zoeken en ik moest meer dan eens terugvallen op mijn doorzettingsvermogen.
Op waterpolotrainingen roep ik vaak tegen mijn spelers “je stopt nooit” als ze het moeilijk hebben bij een zware training en in gedachten zag ik ze naast de kant staan bij de andere toeschouwers de woorden roepende die ze van mij talloze keren gehoord hadden. Daarnaast dacht ik met regelmaat terug aan ons gouden Olympisch toernooi in de hoop dat het mij de nodige inspiratie zou geven om door te lopen.
Natuurlijk hielpen alle kleine beetjes en de laatste kilometers moest ik echt naar voren geschreeuwd worden. De cameraploeg van RTV Rijnmond naast me op de motor legde heel mijn race vast (is inmiddels een hit op You Tube) en was uiteindelijk toch ook wel een stimulans. Ik mocht en wilde natuurlijk niet afgaan, “opgeven” was geen optie !
De grens om te mogen finishen was door de organisatie gelegd op 5 uur en 30 minuten. Ik voelde de laatste kilometers de bezemwagen in mijn nek hijgen, maar heb het toch geflikt. Op het eind, mede door de duizenden mensen langs de dranghekken, kon ik zelfs nog wat versnellen en kwam uiteindelijk over de finish in 5 uur, 29 minuten en 48 seconden. Een paar honderd meter achter mij werd een vrouw onder luid applaus binnen gehaald als “officieel laatste loper”, afgezien van de honderden die nog officieus zouden eindigen. Het afzien zat erop. Wat was dit ongelooflijk zwaar. Heb nog veel meer respect gekregen voor de marathonlopers dan ik al had.
En tenslotte Ahoy afgelopen zaterdag, 16 april. De finale van het korfbal is het hoogtepunt van het jaar voor veel sportliefhebbers. Dit keer stonden de atleten van TOP uit Sassenheim tegenover die van PKC uit Papendrecht. Bijna 10.000 mensen waren getuige van dit spektakel. Ongelooflijk wat een onbekende sport je toch kan raken als de ambiance helemaal geweldig is. Noem mij een sport buiten het voetbal die zoveel mensen bij elkaar brengt in Nederland. Een happening waar je een keer bij geweest moet zijn.
Wat zou het gaaf zijn om dit voor het waterpolo te realiseren. Een Final Four in twee dagen Ahoy. Tijdelijk zwembad op de vloer, 10.000 waterpolofans en live televisie. Misschien ben ik een beetje aan het doordraven na de ervaringen in Atlanta of wellicht spelen de vermoeienissen van de marathon mij nog parten. Toch krijg ik het maar niet uit mijn hoofd. Onmogelijk? Na ons Olympisch goud in China is een van mijn meest gebruikte motto’s: Niets is onmogelijk !
RvG (18-04-11)
Terug





