Coach als verschilmaker (NLcoach oktober 2014) |
Eerst zei hij ‘nee’ toen hem werd gevraagd bondscoach van de Nederlandse mannenwaterpoloploeg te worden. Robin van Galen zag onvoldoende perspectief in de koude kelder waarin zijn sport na jaren van sportieve teleurstellingen was terecht gekomen. “Ik ga toch niet trekken aan een dood paard, dat was het eerste dat in me opkwam nadat Luuk Gielen, toen mijn aanvoerder bij UZSC, me begin 2013 benaderde met de vraag of ik bereid was om Johan Aantjes bij het Nederlands team op te volgen.”
Gielen – inmiddels speler van Partizan Belgrado – schilderde de misère van het mannenwaterpolo bij Van Galen even treffend als onheilspellend met de woorden: “Niets ten nadele van Johan Aantjes, want die doet zijn stinkende best, maar we hebben geen sponsors, NOC*NSF heeft zijn handen van ons afgetrokken en de bond – KNZB, red. – kan het niet alleen. Er móet nu iets gebeuren.”Het verweer van Van Galen destijds: “Ik heb nu een mooi leven, waarom zou ik beginnen aan iets waar geen muziek in zit? “
Maar de hartekreet van Luuk Gielen bleef Robin van Galen achtervolgen. “Dan is er toch het sporthart dat versnelt en ook bij jezelf de vraag oproept of er nou niet op de één of andere manier iets van valt te maken.” De plaats waar we elkaar spreken – aan de rand van een Reeuwijkse plas – staat symbool voor de situatie van die periode. Onder donkere wolken jaagt de strakke wind het water op tot driftige golfjes en op het moment dat de zon voorzichtig doorbreekt zegt Van Galen: “En toen kwam ex-international Hans Nieuwenburg op mijn weg, net zo’n waterpologek als ik.”
Ze waren het snel eens: dat er iets moest gebeuren stond vast, maar wat precies? “We zijn na lang beraad met een commercieel en technisch plan naar het KNZB-bestuur gestapt en nadat daarop een enthousiaste reactie kwam, hebben we naast onvoorwaardelijke steun de vrije hand gevraagd om bedrijven aan ons te binden en een lange termijn-visie op te zetten”, zegt Van Galen , de verschilmaker, die op weg naar een nieuwe toekomst zijn status als succesvolle olympische coach – hij won met de damesploeg goud in Beijing (2008) – inzette.
“Natuurlijk brengt dat goud omrande verleden een toegevoegde waarde mee”, weet hij ook zelf, al was het alleen maar omdat dat succes van zes jaar geleden hem nog steeds als gewaardeerd spreker in het bedrijvencircuit laat opereren. “En dan kan ik nog zo hard roepen dat de prestatie-van-toen het werk van de hele staf en de spelersgroep was, als coach ben je kennelijk automatisch het uithangbord van succes. Die bekendheid zal ik om ook straks echt het verschil te kunnen maken, inzetten om via sponsors, de bond en de clubs dingen voor elkaar te krijgen die helpen om voor de spelers een beter topsportklimaat te ontwikkelen. Ik wil op basis van mijn kennis, kunde en leiderschap streven naar betere trainingsfaciliteiten om spelers de kans te geven om beter te worden.”
Robin van Galen is nu een jaar onderweg op een hobbelig traject dat duidelijk maakt dat de weg naar het uiteindelijke doel – een plaats in de Europese subtop – geen gelopen koers is. Maar de echo van zijn glorieus verleden weerklinkt in het vertrouwen dat hij in zijn nieuwe missie heeft: “We hebben een aantal oud-internationals om ons heen verzameld onder wie record-international Arie van de Bunt, die nu keeperstrainer en assistent-coach is, Ed van Es is teammanager en Hans Nieuwenburg verzorgt de pr, marketing en sponsoring. De structuur van de jeugdopleiding is verbeterd met selecties onder 13, 15, 17 en 19 jaar, stuk voor stuk onder leiding van ex-internationals die hun kennis overbrengen op toekomstige topspelers.“
Zijn ambities en enthousiasme lijken grenzeloos, maar bij al zijn optimisme verliest Robin van Galen (42) de realiteit nooit uit het oog. “Willen we dit project laten slagen moeten we daarvoor zes tot tien jaar uittrekken”, zegt hij die drie jaar onderweg was om het Nederlands dameswaterpoloteam naar de spits van de Olympus te gidsen. Andere tijden, andere wetten, maar vooral andere omstandigheden treft hij in het mannenwaterpolo aan. “Vergeet voorop niet dat waterpolo de oudste olympische teamsport is. Bij de mannen wordt al sinds 1900 gewaterpolood, de vrouwen zijn pas in 2000 olympisch geworden. Dat betekent dat de internationale concurrentie bij de vrouwen minder is, bij de mannen hebben we 80 tot 90 landen die waterpoloën, waarvan er zeker 40 een behoorlijk niveau bereiken, daar is Nederland er één van.”
“De Nederlandse dames waren in de jaren 80, 90 al wereldtop, zakten daarna iets terug, maar slaagden vervolgens erin , in een veld van tien tot twaalf goede concurrenten, in 2008 een onaantastbare positie in te nemen. Bij de mannen is de concurrentie zeker vier keer zo groot en is er op dit moment een international topzes die onbereikbaar is. Wij moeten aansluiting vinden bij de groep van landen op de posities 6 tot en met 12. Op dit moment nemen we de 20ste plaats in op de wereldranglijst, we hebben kortom werk te doen.”
Tevreden stelt hij vast dat het aan talent niet ontbreekt om zijn eigen toptien-ambitie waar te kunnen maken, evenmin aan intrinsieke motivatie van de spelers. Het zogenoemde Zeister-model, dat het de dames nog met een vaste vergoeding mogelijk maakte dagelijks te trainen, bestaat niet meer voor de mannen. De belangrijkste reden daarvoor is dat het mannenwaterpolo, dat zich in 2000 voor het laatst voor de Olympische Spelen plaatste, zich in NOC*NSF-taal niet als een zogenoemde Toptien-sport heeft laten gelden en daarom de broodnodige bonussen mist. “Maar daar ga ik niet zielig over doen”, zegt Van Galen. “We zullen onze broek zelf moeten ophouden en dat doen we ook. Maar om een idee te geven, bij de dames had ik destijds een budget van 1 miljoen per jaar, bij de mannen krijg ik anderhalve ton van de KNZB. De spelers komen nu drie ochtenden in de week naar Zeist om een paar uur te trainen, daarvoor krijgen ze een kleine vergoeding. De rest van de week trainen ze bij hun clubs, vaak in de late avonduren omdat topsport in Nederlandse zwembaden voorrang moet geven aan zwangerschapszwemmen.”
Robin van Galen is niet de coach die zeurt, hij zoekt binnen het raam van zijn mogelijkheden naar oplossingen. “Soms voel ik me dan meer ondernemer dan coach”, zei hij onlangs. Nu zegt hij erbij: “Dat vind ik ook nog wel leuk ook. Ik ben al mijn hele leven coach, dat ligt me en daar ben ik kennelijk goed in, dus dat wil ik ook blijven doen. Maar door al die presentaties en lezingen door het hele land kijk je ook in de keuken van het bedrijfsleven en kom je veelvuldig in contact met de managers van grote en kleine bedrijven. Natuurlijk, sport zal mij altijd het meest aanspreken, maar het is ook prachtig om, wat ik nu doe, bedrijven aan ons waterpoloverhaal te binden. Ik nodig ze uit om met ons de reis naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro (2016) of Tokio (2020) te maken, dat doe ik op mijn eigen manier. Het is leuk te zien dat we er in zo’n korte tijd al in zijn geslaagd een businessclub van meer dan 40 bedrijven op te zetten. Daarvoor organiseren we Top Coach-middagen waar bekende topcoaches lezingen geven over de metafoor topsport/bedrijfsleven. Onze aandeelhouders nodigen we uit op trainingskamp en krijgen met hun verblijf in het spelershotel de gelegenheid daar alles rond het team mee te maken van teambesprekingen tot aan de wedstrijden. Wie zulke dagen met de ploeg optrekt smeedt een band met de spelers en het waterpolo.”
Robin van Galen is in zijn sport de gedreven pleitbezorger van nieuwe trends en ontwikkelingen in zijn sport. “We hebben een maand of vier geleden het zogenoemde Barcelona-project opgezet nadat, na de verloren wedstrijd tegen Rusland in Moskou, twee spelers naar me toekwamen met de vraag: Wat ik ervan vond als zij zouden ingaan op een aanbod van twee verschillende clubs uit Barcelona? Goed idee, heb ik gezegd, de Spaanse competitie is van een hoger niveau, er is een beter topsportklimaat, er zijn goede trainers, kortom dat is een stap omhoog. Maar het zette me ook aan het denken. Ik ben eens gaan uitzoeken hoeveel clubs uit Barcelona in de hoogste Spaanse divisie speelden. Dat bleken er negen van de twaalf te zijn. “
“Wat zou het toch geweldig zijn als we meer spelers uit de selectie in Barcelona konden stallen, dacht ik. Dan zitten we gecentreerd, vliegen met de helft van de selectie aan Nederlandse spelers voor trainingskampen naar Barcelona, dat is niet zo duur tegenwoordig, we kunnen slapen op luchtbedjes van de in Barcelona spelende en wonende jongens en kunnen goedkoop trainen in prima en ruimbemeten accommodaties. Hans Nieuwenburg heeft contact gelegd met een Spaanse oud-speler die hij nog kende uit de tijd dat hij er zelf speelde en die nu een eigen waterpolo-academy had. We hebben ons plan voorgelegd aan de negen clubs en daar werd enthousiast op gereageerd, want in de Spaanse topsport is het ook crisis en misschien nog wel erger dan bij ons, want het geld is er echt op. Spaanse clubs mochten altijd drie buitenlanders aankopen en dat geld ging altijd naar Hongaren, Servïers of Kroaten, nu boden wij Nederlandse internationals aan voor wie wij hun appartement betaalden en die ook nog een kleine dagvergoeding meekregen.”
Na een wapenschouw van het talent besloten Sabadell, de nummer 5 van Spanje, en CN Barcelona , de nummer 6, elk twee Nederlanders aan te trekken. Jesse Koopmans en Sebastaan van Mil, allebei 21 jaar, spelen dit seizoen voor Sabadell, Jorn Winkelhorst en Ruud van der Horst, beiden 23 jaar, bij CNB. Daarnaast zijn er nog internationals actief in Belgrado – Luuk Gielen-, Lille – Robin Lindhout – en het Hongaarse Szentes – Thomas Lucas -. “Zeven internationals die nu dus 5 tot 6 uur op hoog niveau en onder perfecte omstandigheden kunnen trainen, dat is andere koek dan in Nederland waar je in een matig topsportklimaat soms meer afbreekt dan opbouwt. Ik weet hoe het werkt bij clubs waar pas ’s avonds van 9 tot 11 uur kan worden getraind met internationals die de volgende dag, drie keer in de week, om 7 uur in Zeist moeten zijn voor de training van de nationale selectie.”
Verrast was Robin van Galen dan ook niet toen na Moskou vier van zijn meest ervaren spelers hem lieten weten voor hun maatschappelijke carrière te kiezen, een vijfde speler, die een dubbel paspoort had, koos voor zijn tweede (Amerikaanse) nationaliteit. Hoe hard de Waterpolo Federatie Nederland er ook aantrekt om het competitieniveau en de faciliteiten te verbeteren, voorlopig leidt het mannenwaterpoloteam een marginaal bestaan. “Heel eerlijk”, zegt Van Galen “Denk ik dat olympisch Rio in 2016 te vroeg komt. We hebben schat ik zo’n 10% kans om het in een uitzonderlijk zware kwalificatiereeks, met drie toernooien in 2015 en het afsluitende Europees Kampioenschap in januari 2016 in Belgrado, te redden, maar dan moet wel alles meezitten met de loting en de poule-indeling. Maar hoe klein de kans ook is, we zullen er voor gaan met een selectie met een gemiddelde leeftijd van 21, 22 jaar.”
Eerder al verkondigde Robin van Galen dat hij ook in het water een nieuwe ontwikkeling in gang wilde zetten. De term ‘Totaal-Waterpolo’ontsnapte toen uit zijn mond. “Zo’n uitdrukking doet het natuurlijk wel, maar ik vind ‘m een tikkeltje overdreven. Ik zou het anders zeggen: het waterpolo is naar mijn idee te statisch, te voorspelbaar geworden. De frivoliteit is weg en ik ben niet de enige die vindt dat er weer creatiever gespeeld moet worden. Bij toplanden als Italië en Hongarije kondigt die spelverandering zich ook al aan. Iedereen in onze sport kent de Spaanse grootheid Manuel Estiarte, een persoonlijke vriend van voetbaltrainer Guardiloa met wie hij nu ook samenwerkt bij Bayern München.”
“ Estiarte belichaamde het tikkie-takkie waterpolo in het water; creatief waterpolo is het leukste om naar te kijken en die kant wil ik ook op. Er moet veel meer gebeuren dan de bal van A naar B, van C naar D en vervolgens de midvoor in stelling brengen om te scoren. Ik wil terug naar beweeglijke spel, inzwemmende acties en het balletje erover heen. Maar bij alles wat je doet blijft mijn credo overeind: Topsport is een kwestie van keihard werken: 80 % van wat je moet doen is bloed, zweet en tranen, veel uren maken en dan de goede dingen trainen. De resterende 20% is ook niet onbelangrijk: Wie betrek je bij de ploeg rondom het team en hoe zorg je voor de juiste chemie in je team? Louis van Gaal heeft bij het WK in Brazilië bewezen hoe je die puzzel compleet kan maken.”
KADER
Drijfverenanalyses
van Profile Dynamics
Persoonlijke drijfveren, de intrinsieke motivatie van iedere speler, vormen een belangrijke voorspeller voor het gedrag binnen het team. Robin van Galen gebruikt de Profile Dynamics-methode, die al langer wordt ingezet in het bedrijfsleven om te kijken hoe mensen binnen een afdeling of binnen een Raad van Bestuur beter kunnen samenwerken door ze inzicht te geven in wat een ander drijft of wat een ander juist demotiveert. “Deze methode geeft mij een goed inzicht op hoe spelers op elkaar reageren”, zegt Robin van Galen.
De Profile Dynamics-methode is gebaseerd op het gedachtegoed van de Amerikaanse psycholoog Clare W. Graves , die de zeven belangrijke en zeer herkenbare waardenstelsels definieerde die de basis vormen van ons denken en handelen. De ontwikkelaars van de methode koppelden daar zeven kleuren aan vast. Robin van Galen : “Ik heb destijds met de damesploeg met een ander systeem gewerkt, ook een kleurenanalyse. Als je in een bepaalde kleur hoog scoort dan staat dat voor bijvoorbeeld daadkracht of structuur of een ander kenmerk. Ik heb in overleg met onze staf ingezet op Profile Dynamics, een bedrijf waarmee ik vorig jaar tijdens een lezing al een goed contact had gelegd. Het systeem geeft inzicht in de zelfkennis van je spelers, hoe spelers in elkaar zitten, waar ze in mentaal opzicht goed of minder goed in zijn. Dus je leert via deze methode je spelers ook als mens beter kennen. Profike Dynamics is een prachtig hulpmiddel voor de coach, die wil weten hoe zijn spelers, buiten de technisch-tactische kwaliteiten , mentaal in elkaar zit opdat je hem en de hele ploeg beter en vooral efficiënter kunt coachen. Dat levert zomaar weer een paar procent winst op.”
Terug





