Algemeen Dagblad (juni 2011) |
Intro
Robin van Galen (39) trainde en coachte na de gouden Olympische Spelen van Peking twee seizoenen de mannen van GZC Donk en haalde met hen beide keren de dubbel: landskampioenschap en beker. Afgelopen seizoen hield hij een ‘sabbitacal’. Hij gaf wel volop presentaties, lezingen en workshops. Ook maakte hij portretten met bekende coaches en sporters voor RTV Rijnmond in de serie ‘Van Galen ontmoet…’ Binnenkort is voetbalbondscoach Bert van Marwijk aan de beurt. Privé deed Van Galen een cursus koken en Spaans.
Komend seizoen is de olympische kampioen van 2008 coach en technisch directeur van de Utrechtse hoofdklasser UZSC. Hij zal dat werk combineren met het geven van prestaties en lezingen (info: www.robinvangalen.nl).
Londen 2012 zal hij als toeschouwer beleven, of hoogstens als co-commentator op radio of televisie. Van Galen, getrouwd, vader van twee kinderen (zes en twee jaar): ,,Ik heb hier bewust voor gekozen. Misschien was ik gaan twijfelen als een echt groot waterpololand mij als coach had willen hebben, Amerika bijvoorbeeld. Er waren wel aanbiedingen, van landen als Brazilië, Duitsland, Japan, maar daar zou ik nooit olympisch kampioen mee kunnen worden. Ik sluit absoluut niet uit dat ik nog wel eens op de Spelen zal coachen, 2016, 2020, 2024. Ik heb nog tijd genoeg.’’
Wie zijn de coaches van het afgelopen seizoen?
Robin van Galen: ,,Toon van Helfteren. Hij werd met ZZ Leiden Nederlands basketbalkampioen, ondanks zijn in vergelijking met andere clubs bescheiden budget. Dat was knap. In zijn manier van coachen herken ik mezelf wel. Hij is inderdaad vaak met de scheidsrechters bezig, krijgt nog wel eens een technische fout tegen, maar zijn spelers worden er niet onrustig van, denk ik.’’
Marc Lammers: ,,Frank de Boer heeft het uitstekend gedaan met Ajax. Het was heel gedurfd om zo’n jonge coach een kans te geven. Gelukkig is het goed uitgepakt. Ook trainer-coaches moet je opleiden. Hetzelfde geldt voor Guardiola bij Barcelona. Wat knap van De Boer was dat hij zich buiten alle discussies bij Ajax heeft gehouden en gewoon zijn werk deed. Hij had ook de lef om een speler als Eriksen het vertrouwen te geven.’’
Ze werden met hun ploegen olympisch kampioen. Nu vertellen Robin van Galen en Marc van Galen hun gouden verhalen in het land, en zijn op zoek naar de succesformules in andere sporten, zoals in het voetbal. ,,Weet je welke leuze bij Alex Ferguson op kantoor hangt? Ever change a winning team.’’
Ze hebben voor altijd een band met elkaar. Robin van Galen en Marc Lammers leidden beiden een vrouwenteam naar olympisch goud in Peking, eerst Van Galen met de waterpolosters, een dag later Lammers met de hockeysters. Het was tegen het einde van de Spelen groot feest in het Nederlandse kamp.
,,We spraken regelmatig met elkaar, waren lotgenoten. Soms heb je even een bevestiging van elkaar nodig,’’ blikt Lammers terug. ,,Natuurlijk haalden wij inspiratie uit die overwinning van de waterpoloploeg. Nee, ik hoefde het er tijdens mijn bespreking niet over te hebben, dat was vanzelfsprekend.’’ Van Galen: ,,Wij zijn met z’n allen naar de hockeyfinale geweest. Dat was een uitje voor ons. We konden eindelijk ontspannen na weken, maanden en jaren van hard trainen. En dan is het heel leuk om ook de hockeysters goud te zien winnen.’’
Na Peking stopten ze allebei als bondscoach, zochten bewust de luwte op. Hun levens werden minder hectisch, maar zeker niet té. Typerend is dat er met moeite een tijdstip kon worden gevonden waarop ze beiden beschikbaar waren. De locatie, een restaurant langs de A12, was op verzoek zo gekozen dat één van hen weer snel naar zijn volgende afspraak kon. Van Galen en Lammers wilden echter graag eens praten over hun ervaringen bij op andere sporten, met name voetbal. Want ze hebben een brede interesse.
,,Ik kijk eigenlijk naar alles wat beweegt,’’ zegt Van Galen. ,,Ik sta ook ’s nachts op voor het NBA-basketbal.’’ ,,Dat doe ik niet, maar ik kijk dan wel de samenvatting,’’ aldus Lammers. ,,Mijn interesse gaat toch vooral uit naar balsporten.’’
Over wat het afgelopen seizoen het meest indruk op de twee coaches heeft gemaakt, hoeven ze niet lang na te denken: de heerschappij van Barcelona in het voetbal. Ze zijn zeer onder de indruk van de Spaanse club. Van Galen: ,,Ik heb me op Twitter afgevraagd hoe je, als de ploeg van Cruijff uit 1992 met Ronald Koeman het ‘dreamteam’ is, dit elftal moet noemen? ‘Dreamteam 2.0’, was de mooiste reactie die ik terugkreeg.’’
Lammers woonde in zijn tijd als hockey-bondscoach van Spanje een jaar of vier in Barcelona en keek een paar keer mee achter de schermen bij de voetbalclub. ,,Ik zag destijds aan de muur bij de jeugdafdeling een leuze hangen die zoiets betekende als: ‘Onze missie is om de tegenstander met elkaar voor schut te zetten’. Het is inmiddels ruim tien jaar geleden, maar ik moet nog steeds aan die uitspraak denken.
,,Van dat ze het echt samen doen, heb ik dit seizoen het meest genoten bij Barcelona. Soms zouden ze makkelijk de bal bij zich kunnen houden, maar dan gaan ze toch naar elkaar tikken. Dat lijkt nutteloos, maar het is om de tegenstanders uit te dagen, te treiteren. Je ziet ze een doelpunt ook echt met elkaar vieren, elkaar de eer geven door naar elkaar te wijzen. Dat is heel wat anders dan Cristiano Ronaldo die naar zijn eigen naam op zijn rug wijst.’’
Van Galen: ,,Hetzelfde zag je eigenlijk in de NBA. Daar had de Miami Heat de betere spelers, maar was Dallas Mavericks het betere team. Dat gaf uiteindelijk toch de doorslag.’’
Lammers is ook blij met het succes van Barcelona, omdat het volgens hem het bewijs is dat een goede jeugdopleiding lonend is. ,,Overal in de sport zie je dat de jeugdopleiding wordt verwaarloosd. Daar erger ik me dood aan. Ik zal je zeggen dat de economische crisis zeker niet alleen maar slecht is geweest voor de sport. Omdat er minder geld was, moest er worden teruggegrepen op eigen mensen. We denken weer dichterbij huis. Dat is een goede ontwikkeling.’’
Lammers en Van Galen hebben zich verbaasd, en soms zelfs geërgerd, over de voorzichtige wijze waarop de meeste tegenstanders Barcelona tegemoet traden.
Waarom werd er niet geprobeerd de ploeg van Guardiola meer onder druk te zetten? Van Galen: ,,Manchester United deed dat in het begin van de Champions League-finale goed. Maar dat hielden ze maar tien minuten vol.’’ Lammers; ,,Dan moet je daar als tegenstander toch op trainen?’’
Van Galen: ,,Soms is voetbal eigenlijk een doodsaaie sport. Dan gebeurt er anderhalf uur helemaal niets. Dan zijn sporten als basketbal, handbal, korfbal, en noem maar op veel leuker, daar blijft het geen 0-0. Ik ben onder meer bij de korfbalfinale in Ahoy’ geweest. Ik heb genoten. Het spel was supersnel, dynamisch, én de entourage was geweldig. Toch zijn dat soort sporten geen concurrentie voor het voetbal.’’
Lammers: ,,Dat heeft ook met cultuur te maken. Opa voetbalde, vader voetbalde en dus voetbalt het kind ook. Het voetbal heeft wereldwijd een monopolie-positie.’’
Met betrekking tot de suprematie van Barcalona vraagt Van Galen zich af hoe die ploeg zijn gretigheid kan blijven behouden. ,,Spelers als Xavi en Iniesta moeten toch ook een keer verzadigd raken? En er is in de sport niets gevaarlijkers dan over te schakelen op de automatische piloot.’’
Lammers denkt het antwoord gevonden te hebben toen hij vorig jaar op uitnodiging te gast bij het al genoemde Manchester United. ,,Weet je welke leuze bij Alex Ferguson op kantoor hangt? Ever change a winning team. Je moet op z’n tijd juist iets veranderen. Daarom liet Ferguson toppers als Ronaldo, Beckham, Van Nistelrooy en Stam vertrekken. Niemand begreep dat. Maar hij laat zijn spelers met hartslagmeters trainen en ziet meteen als er sprake van een verzwakking is. Voor het geld dat hij voor zijn oude vedetten kreeg, kon hij weer nieuwe, gretige jongens kopen.’’
De meeste competitiesporten, waaronder het voetbal, liggen nu even stil. Maar wel staat de Tour de France voor de deur. ,,Daar kijk ik dus níet naar,’’ reageert Van Galen. ,,Door die vele dopinggevallen heb ik het gevoel dat ik belazerd word. Dan ben je voor een bepaalde renner en wordt twee maanden na de Tour bekend dat hij doping heeft gebruikt. Ik had er laatst een discussie met Ton Boot over. Die zei dat je er gewoon vanuit moet gaan dat iedereen gebruikt. Maar dat vind ik maar niets.’’
Lammers verheugt zich er wel op. Hij verbleef vorig jaar vier dagen in de Tour. ,,Ik ben dan vooral geïnteresseerd in het ploegenspel. Wat ik niet snap, is dat de renners van de meeste ploegen nooit met elkaar trainen. Onbegrijpelijk! Als je een stel renners voor de Tour klaarstoomt, ga je het hele jaar door toch met ze in Frankrijk trainen? Ze moeten alles van elkaar weten, dat als er eentje een knipoog geeft, de rest meteen weet wat hij bedoelt. Je hebt als ploegleiding ook meteen beter zich op je eigen mensen. Als je ze zelf elke week of elke dag controleert, kom je ook niet voor onverwachte dopingresultaten te staan.’’
Terug





