Column

 

Een fenomeen in wording

In 2002 zag ik hem voor het eerst. Het talent spatte er meteen van af. Als 15-jarige linkshander hield hij zich moeiteloos staande tussen de vier jaar oudere toppers van de toekomst. Op het EJK onder de 19 jaar in Bari was hij het grootste talent dat ik ooit gezien had. Een jaar later was hij op het EJK in Istanbul de beste van zijn Servische ploeg en natuurlijk won hij weer goud, iets wat uiteraard geen uitzondering was. Ieder jaar zag ik hem beter, sterker en professioneler worden.

Op het EJK in Malta van 2004 won hij weer goud in een finale die nooit gespeeld had mogen worden. Onweer, bliksemschichten en hevige regen konden hem en zijn ploeggenoten echter niet weerhouden. In 2005 werd hij op het EJK van Sofia alleen even ingevlogen voor de halve finale en de eindstrijd, omdat hij toen al lang en breed een basisplaats had in het grote Servië, naast mannen als Sapic, Vujasinovic en Ikodinovic.

In 2006 zag ik hem schitteren in eigen land. In zijn geboorteplaats Belgrado kreeg hij 10.000 mensen op de banken en schoot hij als 19-jarig mannetje zijn ploeg naar de Europese titel in een finale die meer op een slagveld leek. Maar oorlogje spelen bleken de Serviërs beter te beheersen dan de Hongaren. Ook mijn linkshandige oogappel stond zijn mannetje en incasseerde en deelde uit zoals Mohammed Ali in zijn beste jaren deed.

In 2007 kwam er een kleine dip in zijn palmares. Vanaf de tribune in Melbourne (WK) zag ik hem met zijn ploeg naast de medailles grijpen met een vierde plaats. Een jaar later werd de EK finale verloren van rivaal Montenegro en op de Olympische Spelen van Peking moest men genoegen nemen met het brons. Een medaille waar menig sporter een moord voor doet, maar een kleur die in een waterpolonatie als Servië niet echt meetelt.

Omdat het Olympisch toernooi met name buiten het water voor Servië een fiasco werd (een interne ruzie liep zo uit de hand dat sterspeler Sapic en keeper Sefic elkaar letterlijk het ziekenhuis in sloegen) moest er een nieuw team opgebouwd worden. In 2009 werden maar liefst negen spelers vervangen in vergelijking met de bronzen ploeg van Peking en aan de hand van aanvoerder Vanya Udovicic werd op het WK in Rome wederom een gouden medaille veroverd. Mijn held werd op zijn 22-ste unaniem uitgekozen tot beste speler van de Wereld ! De ultieme bekroning voor heel hard werken in combinatie met zijn van God verkregen talent.

In mijn vorige column had ik het over fenomenen. Nou dit is er één in wording. Nationale linkshanders als Ton Buunk, Hans van Zeeland of Arno Havenga waren natuurlijk goed. Internationale toppers als Xavi Garcia, Tibor Benedek of Gergely Kiss waren natuurlijk super. Maar deze man heeft alles in zich op de beste aller tijden te worden, een echt fenomeen dus. Enige probleem is dat Benedek en Kiss al drie Olympisch gouden medailles (2000/2004/2008) hebben gewonnen. Dat maakt de uitdaging voor Filip Filipovic wel heel erg groot om goud te winnen op de Spelen van 2012, 2016 en 2020. Maar goed, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, want in 2020 is hij slechts 33 jaar oud. Wie weet pakt hij die vierde gouden op rij dan ook wel op zijn 37e. Het zal mij niet verbazen.

 

RvG (08-08-10)

 

The Power, een fenomeen

Twintig jaar geleden toen de gemiddelde Nederlander nog niet wist wat “the Lakeside” was, de sport Darts in de kinderschoenen stond en Raymond van Barneveld nog 40 kilo lichter de post rond bracht in Den Haag, keken mijn broer en ik al naar hem, Phil “the Power” Taylor.

Over tien dagen wordt hij 50 jaar en is hij al twintig jaar onafgebroken de beste darter ter wereld. Noem mij een sportman of vrouw die daarbij in de buurt komt. Ik zou het niet weten. Na navraag bij mijn broer kwamen we tot de conclusie dat er maar één sportman meer gewonnen heeft. Raymond Ceulemans werd 35 keer wereldkampioen Biljarten !

Nou kijkt mijn broer net als ik liever naar Darts dan naar Biljarten en dus gingen we een paar maanden geleden naar Wales om een competitieronde van de acht best spelende darters te bekijken. We hadden het zo gepland dat die avond Van Barneveld moest aantreden tegen ons fenomeen, de Power ! Helaas was de wedstrijd niet om aan te gluren. Taylor won overduidelijk met 8-2 van een uit vorm zijnde Barney, maar de entourage met 6000 gekken die verkleed waren zoals ze dat bij ons in februari in Noord-Brabant doen was ongekend. Het was alle moeite en energie meer dan waard om hier een keer getuige van te mogen zijn.

Sommige mensen nemen Biljarten of Darts niet serieus als sport, terwijl de toppers gewoon vijf à zes uur per dag trainen, iets waar je dus heel veel respect voor moet hebben. Het oude café spelletje heeft inmiddels professionele stappen ondergaan en is een product geworden waar heel veel geld in omgaat.

De best betaalde sporter ter wereld Tiger Woods veroverde zijn eerste grote titel in 1997 en een klasbak als Roger Federer won Wimbledon voor het eerst in 2003 dus die hebben nog wel een paar jaar te gaan als ze de twintig jaar willen halen.

Teamsporters dan ? Volleyballer Peter Blangé komt aardig in de buurt met 500 interlands, vier Olympische Spelen en 16 jaar in het Nationaal Team. Ook Hockey topper Teun de Nooijer heeft er al 16 jaar in het Nederlands Team op zitten en is nog steeds actief. Record international Edwin van der Sar heeft er nu ook 20 jaar opzitten, alleen kan je niet zeggen dat hij al 20 jaar de beste keeper ter wereld is.

In het waterpolo ? Recordinternational Arie van der Bunt was inderdaad een fenomeen: de beste keeper die Nederland ooit had en Karin Kuipers behoort ook tot de beste speelsters die Nederland ooit heeft gezien, maar waren ze twintig jaar de beste, nee, dat niet. In deze sporten kan je eigenlijk ook niet twintig jaar de beste zijn, gewoon omdat je simpelweg ouder wordt en het fysiek niet meer volhoudt in tegenstelling tot Biljarters of Darters.

Maar wat is nou de definitie van een fenomeen ? Wanneer ben je dat nou ? In het woordenboek staat fenomeen gelijk aan “een bijzondere speciale gebeurtenis”. Volgens mij ben je een fenomeen als je iets kan wat niemand anders kan of heeft gekund of als je al twintig jaar de beste bent op jouw vakgebied.

Einstein, Mozart en Rembrandt waren fenomenen en in de sport zijn dat bovenstaande mensen natuurlijk ook. Ze beschikken allemaal over heel bijzondere talenten die niemand anders heeft, maar twintig jaar op de nummer 1 positie van de wereldranglijst ? Mijn opa zei altijd: “Er kan er maar één de beste zijn”. Tja, en daar moet ik hem toch maar weer gelijk in geven.

RvG (04-08-10)

 

 

Voorspellingen

We hebben het WK voetbal net achter de rug of onze nationale voetbalcompetitie dient zich alweer aan. Als geboren en getogen Rotterdammer heb ik natuurlijk een zwak voor de Rotterdamse clubs, met name voor Feyenoord. Natuurlijk hoeft u daarom geen medelijden met mij te hebben, maar goed, de laatste jaren zijn we niet echt verwend op Rotterdam Zuid.

Toch heb ik wel vertrouwen in de aanpak van trainer Mario Been en Technisch Directeur Leo Beenhakker. Vorig jaar werd een keurige vierde plaats behaald en een plaats in de bekerfinale. Dit jaar gaan ze dat herhalen, denk ik en een paar centen verdienen in de groepsfase van de Euro Leaugue moet ook tot de mogelijkheden behoren.

En hoe gaat u favoriete club presteren dit jaar ? Ieder jaar waag ik me aan voorspellingen en de eerlijkheid gebied te zeggen dat ik tot nu toe nooit de hoofdprijs won. Toch behaalde ik afgelopen zomer een knappe negende plaats (van de 54 deelnemers) in de WK poule. Met een voorspelde finale Nederland – Duitsland en uitschakeling van de Fransen in de eerste ronde zat ik er niet ver vandaan !

Dertig jaar geleden zat ik al samen met mijn opa en oma de TOTO in te vullen en in al die jaren heb ik één keer tien van de twaalf kruisjes goed en leverde het mij welgeteld 14 gulden en vijftig cent op ! Toch stond ik te juichen alsof ik net voor de rest van mijn leven financieel onafhankelijk was geworden. Als het dan toch om de eer gaat, hierbij wat voorspellingen.

Helaas worden onze grote vrienden van 020 eindelijk weer eens kampioen komend seizoen. PSV een goede tweede en FC Twente pakt plaats 3. Feyenoord behaalt wederom de vierde plaats maar mag eindelijk weer naar de Coolsingel met de nationale beker. AZ voetbalt goed mee onder Verbeek en pakt Europees Voetbal met plaats 5. Heerenveen, Utrecht, NAC en Roda pakken plaats 6 t/m 9. Groningen, NEC, VVV, Heracles eindigen op de nietszeggende plaatsen 10 t/m 13. ADO, Excelsior, Vitesse, de Graafschap en Willem II gaan vechten om rechtstreekse degradatie af te wenden.

De kans is vrij groot dat ik er behoorlijk naast zit maar aan de andere kant denk ik dat veel Feyenoord supporters hiervoor zouden tekenen. Eindelijk weer eens naar de Coolsingel ! Voor de zekerheid heb ik alvast mijn agenda geblokkeerd eind mei 2011. Denk dat ik een week dronken ben en dit keer niet in een zwembad maar tussen de fonteinen op het Hofplein duik !

 

RvG (01-08-10)

 

Balans en polsbandjes

Iedereen heeft zijn eigen motto of levenswijze. Een vriend uit de hockeywereld vertrouwde mij onlangs zijn kernwaarde toe: “Balans”. Natuurlijk vroeg ik aan hem wat dat voor hem betekende. Hij legde mij uit dat als zijn fysieke en mentale gesteldheid niet in balans was hij niet optimaal kon werken, zowel in de sport als in zijn persoonlijk leven. Daarom had hij methoden ontwikkeld om er voor te zorgen dat hij zoveel mogelijk invloed had op die balans. Het maken van keuzes, het plannen van agenda’s en ook ruimte houden voor belangrijke personen in zijn leven zijn daar voorbeelden van.

Als je hier goed over nadenkt, dan kan dit zomaar een onderwerp zijn waar je nog veel langer bij stil staat. Balans kan namelijk nog veel meer betekenen. En wat doe je als je uit balans bent ? Of als er bepaalde dingen gebeuren waar je geen invloed op kan uitoefenen ? Wesley Sneijder gaf iedere speler van het Nederlands Elftal vlak voor het WK een polsbandje om beter in balans te zijn. Het is maar waar je in wilt geloven.

In de sport hebben we heel vaak te maken met het begrip balans. Er moet een balans zijn tussen arbeid en rust in trainingsprogramma’s of we zoeken naar een balans in de samenstelling van een team. Dirk Kuijt wordt altijd als eerste opgesteld omdat hij zorgt voor een bepaalde balans in een ploeg. Met andere woorden, hij heeft blijkbaar kwaliteiten die andere spelers niet hebben. Kuijt vergelijk ik altijd met Simone Koot, een speelster uit de gouden ploeg van Peking. Zij had naast haar technische competenties ook bepaalde kwaliteiten (discipline, strijdbaar, werklust, voorbeeld gedrag) die door veel mensen onderschat werden, maar die voor een team letterlijk goud waard waren. Ook dat is balans.

In de sport en het bedrijfsleven worden veel testen gedaan naar karakterverschillen. Er zijn diverse methoden op de markt, maar uiteindelijk ben je dan rood, groen of geel van karakter. Iedere kleur heeft zijn eigen specifieke kwaliteiten en kenmerken maar ook hun tekortkomingen. De kunst van het coachen en managen is deze methode te gebruiken om de diversiteit van je team vast te stellen. De balans dus. Slaat de balans niet te veel door naar een bepaalde kleur ? Wat is de ideale mix van kleuren in percentages ? Moeilijk te zeggen, maar dat het een mix moet zijn, staat wel vast.

Op zoek naar de optimale prestatie moet er ook een bepaalde balans zijn in leeftijdsopbouw. Natuurlijk moet er een mix zijn van jonge talenten en wat oudere ervaren krachten, maar wat is de ideale balans ? Ik heb gemerkt dat steeds meer succesvolle teams voor een groot gedeelte bestaan uit relatief jonge talentvolle gretige sporters die talent af zijn maar net in de bloei van hun leven komen. Bij mannen is die leeftijd rond de 26 en bij vrouwen rond de 23 jaar. Natuurlijk kan het hier en daar een jaar schelen. Een paar talenten en een paar routiniers maken het team compleet. Als je naar een mannenteam kijkt van 11 spelers dan is de balans die naar perfectie neigt: 6 gretige toppers van rond de 26, 3 ervaren krachten van in de 30 en 2 jonge talenten die rond de 20 jaar zijn. Daarom is het ook zo jammer dat Nederland geen wereldkampioen voetbal is geworden omdat ze nu de ideale balans qua leeftijd hadden en over vier jaar niet meer.

Ook in het formuleren van doelstellingen moet er een bepaalde balans zijn. Het moet hoog zijn maar wel realistisch. Als je dus zegt dat we wereldkampioen moeten worden met fantastisch voetbal, vier goals per wedstrijd moeten scoren en het publiek moeten vermaken alsof je op de bühne van het circustheater staat, sla je de plank mis. Dat is namelijk nog nooit een ploeg gelukt. Dat gelul over vroeger dat in de jaren zeventig Nederland of Brazilië zo geweldig speelde is ook een mythe op zich. Ik daag u uit om de beelden van de betreffende WK’s nog maar eens een keer terug te zien, dan zal u zien dat het vroeger ook allemaal niet geweldig was. Bovendien speelde je vroeger op EK’s en WK’s met minder ploegen dus was het ook makkelijker om de finale te halen. Op het EK in 1988 speelde Nederland slechts vijf wedstrijden waarvan er vier gewonnen werden voordat ze Europees Kampioen werden.

Bondscoach Van Marwijk begreep dat heel goed en probeerde met realistisch voetbal het WK te winnen. Het lukte nog bijna ook, alleen Nederland verloor in de finale van een ploeg die beter was. Zijn doelstelling was dus duidelijk en ook al is die doelstelling niet gehaald, het was wel realistisch dat we met dit type voetbal het verst konden komen, want anders waren we al na de kwartfinale uitgeschakeld geweest zoals gewoonlijk.

Nu moeten spelers ook niet gaan zeiken op de scheidsrechter. Alsof die scheidsrechter ervoor gezorgd heeft dat Spanje won. Kom op zeg. Natuurlijk had hij die cornerbal moeten zien en had hij Puyol een rode kaart kunnen geven, maar op dat moment had Nederland al een uur met negen man kunnen spelen na de aanslagen van de Jong en van Bommel. Ook het falen van de scheidsrechter moeten de spelers meer in balans zien.

Het laatste dat spelers zich beter moeten realiseren is dat het winnen van een zilveren medaille een topprestatie is, net als het winnen van het brons door Duitsland. Het voetbal is de enige sport waar zilveren en bronzen plakken niet tellen, terwijl er in alle andere sporten voor zoiets een moord gedaan wordt. Tijd dat er in die zienswijze ook een bepaalde balans komt.

Een missie beginnen in de sport of het bedrijfsleven zonder of met een te vage doelstelling is uiteindelijk doelloos en dus zinloos. Datzelfde geldt voor de balans. Zonder balans in je team, karakter van de ploeg en kernwaarden is het ook zinloos om je energie in een klus te steken. Dan kan je de tijd beter gebruiken om je af te vragen wat jouw motto is of je koopt net als Sneijder een paar polsbandjes.

 

RvG (15-07-10)

 

Winnen op het juiste moment

Het Nederlands voetbalelftal van Bert van Marwijk heeft nu twee keer gewonnen en als eerste land op het WK zich geplaatst voor de volgende ronde, een knappe prestatie. Iedereen in Nederland lijkt zich druk te maken over het vertoonde spel of bemoeit zich met de discussie wie er linksbuiten moet spelen, maar waar het echt omgaat is simpelweg winnen. Kijk eens naar Spanje, ze speelden geweldig maar verloren wel van Zwitserland. Ik weet zeker dat het hele land had willen ruilen voor een schlemielige 1-0 winst door een eigen doelpunt van een Zwitserse verdediger in de laatste minuut.

Daarnaast is het de kunst in de topsport dat je wint op het juiste moment. Op de Olympische Spelen in China wonnen wij met de waterpolodames dan ook alleen de wedstrijden die echt gewonnen moesten worden. We verloren twee poulewedstrijden en kwalificeerden ons niet echt overtuigend voor de kwartfinales. Maar de gewonnen kwartfinale tegen regerend Olympisch kampioen Italië gaf ons zoveel kracht en energie dat we in de halve finale en de eindstrijd in een flow boven ons zelf uitstegen en uiteindelijk dus de wedstrijden wonnen die we moesten winnen om goud te pakken.

Als fan van de LA Lakers heb ik uiteraard de play-off’s tegen de Boston Celtics om de NBA titel gevolgd. De mannen van coach Phil Jackson hebben dit seizoen 105 wedstrijden (82 competitiewedstrijden en 23 play-off duels) in negen maanden gespeeld ! Je kunt niet verwachten dat je dan alles wint. Onder aanvoering van Kobe Bryant werden 65 competitiewedstrijden en 17 play-off’s gewonnen. Het gaat er dus om dat je de wedstrijden wint die er toe doen.

Eergisteren sprak ik Mart Smeets op een congres en hij was als oud-basketballer uitermate enthousiast over coach Phil Jackson die vlak voor tijd een speler uit Slovenië in het veld bracht die koud van de bank twee vrije worpen moest nemen om de wedstrijd te beslissen. Iedereen in het stadion dacht bij zichzelf: “What the fu.. doet hij nou ?” Maar Jackson had zoveel vertrouwen in de koelbloedige strafworpspecialist dat de Sloveen de NBA titel binnensleepte door op een bepalend moment tien seconden in het veld te staan ! Om wedstrijden te winnen op het moment dat je moet winnen heb je soms ook coaches nodig die magistrale ingevingen hebben die op dat moment weinig mensen begrijpen maar die wel goed uitpakken.

De mannen van GZC/DONK pakten dit seizoen voor de derde opeenvolgende keer de dubbel (een evenaring van het record van AZC die in 1983-1984-1985 hetzelfde deden). De afgelopen twee jaar heb ik deze ploeg mogen coachen. Ook ik was regelmatig ontevreden over het vertoonde spel en bleef hameren op wat er allemaal beter moest. Het leuke van deze ploeg was dat er op het moment dat we wedstrijden speelden die er echt toe deden, ze allemaal veel beter presteerden dan in nietszeggende competitiewedstrijden. Dat onderscheidt toch wel topploegen van gemiddelde teams. Weten wanneer je gas bij moet geven en dat ook kunnen. Topspelers zoals Arno Havenga kunnen dat ook, goed spelen als het belangrijk is terwijl er genoeg spelers rondzwemmen in Nederland die denken dat ze goed zijn, maar nooit presteren als er gewonnen moet worden.

Laat duidelijk zijn dat je als sporter en coach altijd wilt winnen en dat je ook wel eens wedstrijden wint op 90% van je kunnen. Natuurlijk wil je iedere wedstrijd je talenten tonen en het publiek vermaken, maar soms lukt dat gewoon niet altijd. De echte toppers moeten op het hoogste nivo uitgedaagd worden en hebben dan de gave om het verschil te maken. Natuurlijk hoop ik dat Nederland Wereldkampioen wordt en het zou heel mooi zijn als dat gepaard kan gaan met goed en flitsend spel, maar als dat om wat voor reden niet kan of lukt, telt er maar één ding en dat is simpelweg winnen. Laten we hopen dat in navolging van de Olympische dames, de LA Lakers en de mannen van GZC/DONK er nu ook spelers of coaches bij Oranje opstaan die het verschil maken op het moment dat het moet.

 

RvG (19-06-10)

Doelstellingen en spelersvrouwen.

Doelstellingen geven richting aan beleid. Ze moeten uitdagend, realistisch en meetbaar zijn. Doelstellingen kun je ook gaandeweg het proces bijstellen naar boven of beneden. Natuurlijk spreekt naar boven meer tot de verbeelding.

In 2006 had ik van de KNZB en het NOC/NSF meegekregen dat onze voornaamste doelstelling was om deel te nemen aan de Olympische Spelen van Beijing (op dat moment stonden we tiende op de wereldranglijst). Een van de eerste dingen die ik daarna als coach deed was “betrokkenheid” van mijn spelersgroep initiëren. Ik vroeg hen wat zij voor mogelijk hielden op de komende EK, WK en OS. Zo ontstond er veel meer discipline en motivatie voor “onze” doelstellingen in plaats van “mijn” doelstellingen. Sporters/Personeel gaan dan automatisch toch meer hun best doen om “hun” gemeenschappelijk doel te bereiken.

Toen we anderhalf jaar later ons als eerste Europees land gekwalificeerd hadden voor de OS vroeg ik hen een paar weken later wederom wat het maximaal haalbare was. Het bereiken van de halve finales was de scherpe maar uitdagende conclusie volgens de speelsters. Nadat we via een spectaculaire strafworpenreeks tegen de Italianen de halve finales hadden bereikt zeiden we ook letterlijk tegen elkaar: “En nu willen we een medaille ook”. Na de gewonnen halve finale tegen de Hongaren verschoof de doelstelling nog een keer, want natuurlijk neem je voor de finale geen genoegen met zilver.

Soms verbaas ik me over de geformuleerde doelstellingen die spelers en trainers naar buiten brengen. Soms zo verschrikkelijk amateuristisch en niet realistisch. Deze week was er een waterpolovereniging die afgelopen seizoen met pijn en moeite achtste werd en aankondigde om komend seizoen weer voor de titel mee te gaan strijden. Ongelooflijk ! Dan zouden ze zeker vijf topspelers moeten aantrekken bedacht ik mij, maar het persbericht vermelde de komst van slechts één routinier. Als je dan weet dat hun beste speler van afgelopen seizoen net zijn laatste wedstrijd heeft gespeeld dan kan ik niet anders concluderen dat deze club wederom rondom plaats acht zal gaan spelen, tenzij er nog meer toptransfers op komst zijn. Aangezien insiders dat niet waarschijnlijk achten, kun je hier wederom spreken van onrealistische prognoses.

En dan die voetbalvrouwen. Het is mij een doorn in het oog dat de WK voetbalspelers een trainingskamp beleggen in Oostenrijk met hun vrouwen en kinderen. De bondscoach mocht zelfs zijn kleinkinderen meenemen ! Hoe laag kun je zakken ? Welke onbenul dit heeft voorgesteld, moet meteen op staande voet ontslagen worden. Een WK verdient een serieuze voorbereiding. Zeker als je zo weinig bij elkaar bent als de voetballers van het Nederlands Elftal. Nou kunnen ze eindelijk met elkaar trainen, bespreken en buiten het veld aan elkaar wennen. Nee, in plaats daarvan krijgen ze nu een workshop “Luiers verschonen”, moeten ze verplicht aan de familiespeurtocht onder leiding van Silvie van der Vaart deelnemen en hebben de meeste spelers een dramatische nachtrust doordat ze continu wakker worden gehouden door een paar huilbaby’s. Noem mij één sportteam buiten de voetballerij om waarbij hun partners midden in het toernooi mogen komen opdraven ? Zouden de dames van te voren ook instructies krijgen van de medische staf hoe lang de verplichte seks mag duren en welke standjes wel en niet mogen ?

Nee, toen ik dit hele gezelschap zag vertrekken in drie grote touringcars en ik eerder moest denken aan een goed georganiseerde schoolreis dan een voorbereiding op het grootste toernooi ter wereld, wist ik dat Nederland geen wereldkampioen kan worden. Toen ik een dag later tot mijn verbijstering een poll in de Telegraaf zag staan waarin 77% van Nederland het een goed idee vond dat de spelersvrouwen en kinderen meegingen op trainingskamp, wist ik dat we de Olympische Spelen van 2028 ook op ons buik kunnen schrijven. Als de gemiddelde Nederlander namelijk dit beeld heeft van topsport dan kunnen we helaas nooit spreken van een sportcultuur en die constatering kan van doorslaggevende betekenis zijn om het grootste evenement ter wereld naar Nederland te halen.

 

RvG (21-05-10)

 

Wat maakt iemand een topcoach ?

Hoopt u ook zo dat Louis van Gaal met zijn Bayern München de finale van de Champions League haalt ? Om me heen merk ik steeds meer sympathie voor deze veelbesproken coach. Verbeten tegenstanders uit het verleden zijn steeds meer op de hand van een van de beste coaches die Nederland ooit gehad heeft. Sterker nog, de kijkcijfers van het Duitse voetbal zijn spectaculair gestegen sinds de Amsterdammer aan het roer is in Beieren.

Maar wat maakt Louis van Gaal nou juist een topcoach ? In mijn presentaties en lezingen komt dit onderwerp vaak aan bod. Topcoaches worden vaak geassocieerd met titels winnen, maar volgens mij onderscheid de topcoach zich op meerdere vlakken. Een goede coach die het maximale uit de spelersgroep haalt, maar in de halve finale wordt uitgeschakeld. Is dat dan geen topcoach ?

De moderne coach wordt tegenwoordig omringd met allerlei experts zoals een mental coach, krachttrainer, inspanningsfysioloog en ga zo maar door. Het kost veel energie om leiding te geven aan dit “team around the team”, maar het loont zeker de moeite.

Daarnaast bestaat het werk van de huidige topcoach voornamelijk uit twee zaken. Je bent trainer en het is jouw taak het maximale uit de beschikbare talenten te halen. Kortweg, je probeert spelers individueel beter te maken om ze daarna weer in te passen in het tactische concept. Ten tweede ben je coach en is het dus je taak om wedstrijden te winnen. Middelen die je daarvoor nodig hebt zoals de beste tactiek kiezen, de juiste poppetjes op de goede plek zetten en de juiste wissels en time-outs toepassen, zijn daarbij van doorslaggevend belang.

De theoretische fases van psycholoog Bruce Tuckman welke een team meemaakt zijn ook bijzonder interessant en heel vaak toepasbaar op de praktijk. Na de Formingsfase waarin je het team samen stelt krijgt iedere coach of manager te maken met de tweede fase, de Storming fase. Deze fase kenmerkt zich door allerlei moeilijkheden, slechte prestaties en geen vertrouwensrelatie met je ploeg. In de derde fase, de Normingsfase worden de afspraken aangescherpt, de rolverdeling benadrukt en eventuele wijzigingen doorgevoerd. Daarna is het de bedoeling dat je in de Performingfase komt en dat de prestaties een positieve wending krijgen. In de vijfde en laatste fase, de Adjourningfase neem je afscheid van het proces als coach en verander je bijvoorbeeld van baan.

Deze fases heb ik niet alleen aan den lijve ondervonden bij de waterpolodames, maar ook Louis van Gaal heeft deze fases meegemaakt, zowel bij AZ als Bayern München. Het grote verschil is natuurlijk dat hij bij AZ vier jaar de tijd kreeg alvorens hij kampioen werd, maar in Duitsland zal dat beduidend sneller moeten. Bij een internationale topclub is het krediet van een coach, hoeveel kwaliteiten je ook hebt, sneller op en worden er prestaties van formaat op korte termijn van je verlangt. Maar als je de lastige fases met je team “overleeft” dan zijn de prijzen in zicht en gelukkig heeft Louis het proces binnen een half jaar naar zijn hand gezet en is hij op dit moment nog steeds in de race op drie fronten. Een prestatie van formaat !

Concluderend kun je stellen dat een topcoach als Louis van Gaal het maximale uit de spelersgroep haalt en als trainer en coach niets aan het toeval overlaat. Mocht hij ook nog eens prijzen winnen de komende weken, dan is dat niet meer dan een bonus, in mijn ogen. Hij heeft dat zeker niet nodig om door het leven te gaan als een topcoach. Toch wens ik hem heel veel succes en zal ik enige vreugdekreetjes niet onderdrukken als zijn ploeg scoort !

 

RvG (21-04-10)

 

Crosby versus Kramer

Dat we met het Nederlandse schaatsen niet optimaal zouden presteren in Vancouver was voor mij geen verrassing. Deze simpele voorspelling deed ik al in de aanloop naar dit prachtige toernooi. Reden: de KNSB vond het nodig een maand voor Vancouver nog even een paar AKT’s en skate-off’s te organiseren. Wellicht commercieel interessant, maar sporttechnisch totaal ontoerekeningsvatbaar.

Waar de KNSB zich veel drukker over had moeten maken, is de voorbereiding en trainingen van de ploegenachtervolging. Wat een aanfluiting zeg. Op zo’n moment zegeviert de sport in het algemeen, denk ik. Want als je een onderdeel niet serieus neemt en je denkt een gouden plak zo maar even op te kunnen halen dan neem je de sport in het algemeen niet serieus.

En tja, er is natuurlijk al heel veel geschreven over de binnenbocht van Gerard en Sven. Het mag niet gebeuren. Gerard Kemkers liet zien hoe je sporters uit een flow kan halen. Je kan ook teveel coachen, zeg maar. Als je ziet dat het goed gaat moet je gewoon vertrouwen hebben in de sporter en hem “los” laten. In sportcursussen wordt vaak gesproken over in topvorm en flow komen en hoe je de sporters daarin kan houden. We hebben daar in ieder geval een mooi praktijkvoorbeeld aan over gehouden hoe het ook verkeerd kan aflopen.

Als je al twintig jaar aan het bobsleeën bent en op het belangrijkste moment uit je leven ga je twijfelen of je wel naar beneden durft, dan is er naar mijn mening in het voortraject iets fout gegaan. Ik gok dat er in de voorafgaande vier jaar geen mentale training heeft plaatsgevonden en dat de daarbij behorende mental coach niet aanwezig was in Vancouver. Als de vertrouwenspersoon van Van Calker er wel was geweest, dan was dit nooit gebeurd, als je het mij vraagt. Dit baseer ik op eigen ervaringen van twijfel in het verleden zowel bij sporters als bij begeleiders.

Natuurlijk heb ik genoten van de 5 km van Kramer, de 1500 m van Tuitert, de afdaling van Sauerbreij en nog veel meer, maar voor mij was het hoogtepunt van de Olympische Winterspelen in Vancouver toch wel de ijshockeyfinale tussen Canada en Amerika. Ongelooflijke ambiance waar een kaartje op de zwarte markt voor 5000 dollar wisselde van eigenaar. Supporters van beide naties zaten naast elkaar zonder dat er wat gebeurde, daar kan iedere voetbalsupporter een voorbeeld aan nemen. De finale werd geleid door Canadese scheidsrechters, iets wat in geen andere sport denkbaar is. Maar de verantwoordelijke mensen meenden gewoon de beste scheidsrechters op de wedstrijd te moeten zetten.

Als sportgek moest ik toch wel even denken aan de prachtige film “A miracle on ice”, de film die een hit werd en het verhaal vertelt van de Amerikaanse ijshockeyers die in 1980 het goud wonnen in Lake Placid ten koste van het onverslaanbaar geachte Rusland. Nu waren het de Canadezen die aan het langste eind trokken en uitgerekend was het Sidney Crosby, de look-a-like van Sven Kramer, die in de verlenging het goud in Vancouver hield.

Crosby versus Kramer, Tom Egbers zou er voor Studio Sport een mooie documentaire over kunnen maken.

 

RvG (15-03-10)

 

Respect

Wat betekent dit begrip voor u ? Natuurlijk kan het voor iedereen een andere betekenis hebben. Ik weet nog als de dag van gisteren dat we met de waterpolodames een omschrijving probeerden te vinden toen we in een moeilijke fase zaten. Na verloop van tijd kwam er een soort mission statement uit: “Accepteer elkaars verschillen, bewonder elkaars talenten op weg naar het gezamenlijke doel”. Dit bewustwordingsproces heeft bij ons ook bijgedragen aan het Olympisch goud. Dat is in ieder geval mijn heilige overtuiging.

Maar hoe respectvol gaan we met elkaar om in de sport ? Een paar weken geleden zakte mijn broek af toen ik een verslaggever van Studio Sport Marianne Timmer hoorde interviewen. Na een te korte revalidatie kon ze zich na een skate off niet kwalificeren voor Vancouver. Het leek wel of de verslaggever dit alleen maar leuk vond. Gaan we zo om met onze Nederlandse sporthelden ? Diezelfde Marianne Timmer heeft wel meerdere Olympische gouden plakken gewonnen hoor.

Hetzelfde overkwam Pieter van den Hoogenband op het WK 2007 in Australië. Op de 200 meter vrije slag werd hij tweede achter Michael Phelps. Natuurlijk ga je voor goud en wil je altijd winnen, maar een zilveren medaille blijft natuurlijk een prachtig resultaat. Het blijft dan altijd jammer dat het leek alsof Pieter zich moest verdedigen in de pers. Hoe had dit kunnen gebeuren ?

Denk je dat Paulien van Deutekom het leuk vindt dat ze beroerd rijdt nadat ze Wereldkampioen is geweest ? Soms krijg ik de indruk dat verschillende mensen hier een bepaald soort genoegen uit haalt. Waarom ? Ik heb geen flauw idee, maar als we zo met onze sporthelden om blijven gaan en elke weer heel snel vergeten wat ze “vroeger” allemaal gepresteerd hebben, krijgen we nooit een echte sportcultuur in Nederland.

Ik weet nog goed dat Marjan (mijn vrouw) en ik teleurgesteld in de trein in Sydney zaten op weg naar een sportevenement op de Olympische Spelen in 2000. De dag ervoor was ze met haar team vierde geworden en natuurlijk baalde ze daarvan. Tegenover ons zaten twee Australiërs die aan Marjan vroegen welk resultaat ze had behaald. Toen ze enigszins teleurgesteld vertelde dat het team vierde was geworden, reageerden ze tot onze verbazing als volgt: “Wauw, are you the fourth of the world ? Amazing !”. Tja, het is maar net hoe je het bekijkt. Is het glas half vol of half leeg ? Het zegt natuurlijk wel iets hoe men daar tegen sport aankijkt.

Natuurlijk heb ik ook sporthelden en voorbeelden. Een trainer/coach waar ik zelf heel veel van geleerd heb en waar ik op verschillende manieren mee heb samen gewerkt is Jacob Spijker. Twintig jaar geleden was hij mijn coach bij Jong Oranje en hij assisteerde mij later bij het nationale mannenteam toen ik op jonge leeftijd bondscoach werd en op zoek was naar een ervaren klankbord.

Het is eigenlijk ongelooflijk wat deze man op dit moment weer presteert als coach bij De ZIJL/LGB in Leiden. Vorig jaar werd deze ploeg 11e in de vaderlandse hoofdklasse en door allerlei omstandigheden verlieten vier basisspelers de club. In bijna ieders voorspelling voor het seizoen was De Zijl een van de voornaamste degradatiekandidaten en omdat de trainer ook opstapte vond Jacob dat hij zijn club de helpende hand moest toesteken.

En met succes. Natuurlijk verbaast het mij eigenlijk niet, maar op dit moment staan ze op een keurige 7e plaats in de competitie en winnen ze ook bijna van topploegen als AZC en Polar Bears. Daarom ben ik eigenlijk helemaal niet gerust op de wedstrijd van morgen, onze uitwedstrijd tegen De Zijl. Jacob zal ons echt wel willen verrassen met een paar tactische zetten en we zullen als landskampioen op onze hoede moeten zijn.

Voor mij staat één ding vast. Als het De Zijl lukt om degradatie play-off’s te ontlopen en dus bij de eerste 8 te eindigen, dan is dat voor deze ploeg een wereldprestatie en moet Jacob Spijker uitgeroepen worden tot waterpolocoach van het jaar !

RvG (19-02-10)

 

T3 of K3 ?

Nee, het is geen typefout. Ik bedoel hier geen K3 maar T3, wat staat voor Tenerife Top Training. En TOP, dat was het zeker.

In mijn eerste seizoen direct na de Olympische Spelen had mijn club, WIDEX GZC/DONK zich al ingeschreven voor deelname aan de Europacup. Wij hadden het “geluk” dat we voor de eerste voorronde werden ingeloot bij topteams uit Hongarije, Montenegro en Duitsland. Dat we een gelijkopgaande wedstrijd speelden tegen de thuisclub uit Slovenië en dat wij zelf veel te sterk waren voor onze Engelse opponent.

Omdat alle teams zich plaatsen voor de tweede voorronde (de eerste vier voor de Champions League en de onderste twee voor de LEN Trophy) mochten we vier weken later naar het altijd leuke Roemenië waar we weggespeeld werden door de thuisclub en een tegenstander uit Montenegro. Op zondagmorgen om 9.00 uur speelden we in een troosteloze ambiance met drie supporters op de tribune tegen onze Russische tegenstander. Na een spannend verloop wonnen we met 11-10, maar er was niemand die na afloop juichte omdat we de dag ervoor al uitgeschakeld waren.

Als je alles bij elkaar optelt en aftrekt waren we 40.000 euro armer, kostte het de spelers zes vrije dagen en hadden we twee leuke wedstrijden gespeeld. Daartegenover stonden geen inkomsten waardoor we weer genoodzaakt waren om flessen wijn te verkopen, auto’s te wassen en de hoofdsponsor lief aan te kijken.

Zolang we als amateurs onze sport bedrijven dan heeft het aan de herenkant geen enkele zin om Europa in te gaan. Het is ook geen prijs, zoals dat bij het Voetbal wel wordt beschouwd. Het kost alleen maar heel veel geld en de NOS brengt het toch niet in beeld omdat er maar weinig mensen kijken.

Daarom hebben we dit seizoen voor een andere opzet gekozen. We zijn met de herenselectie een week naar Tenerife gegaan. Op dit prachtige zonovergoten eiland speelt de Spaanse Hoofdklassenploeg Martianez. Ondanks dat zij op een voor hen teleurstellende 12e en laatste plaats staan, speelden we vier gelijkwaardige oefenwedstrijden tegen elkaar, waarvan wij er twee konden winnen. Het gelijke niveau is tekenend, want als kampioen van Nederland hebben wij dus niets in te brengen tegen Spaanse clubs die hoger staan dan de eilandbewoners.

Als je nu de balans opmaakt, dan hebben we een prima week achter de rug. We hebben vijf keer zwaar getraind in de zon, vier volwaardige oefenwedstrijden gespeeld en aan diverse teambuildingsactiviteiten gedaan. Ons talententeam (het tweede) heeft dezelfde frequentie gehaald en tegen de reserves van Tenerife gespeeld. Tel daarbij op het schitterende trainingscomplex, een prima hotel met veel variatie in eten en het klimaat en je kunt je voorstellen dat wij niet snel meer zullen deelnemen aan het Europese clubtoernooi.

Iets voor andere clubs om over na te denken ? En T3 heeft namelijk toch nog wel een overeenkomst met K3. Je wordt er echt zo vrolijk van !

 

RvG (22-01-10)

 

Pieken op het juiste moment

De laatste dagen is er al heel veel gezegd en geschreven over het zogenaamde OKT Schaatsen in Heerenveen. De insteek van de KNSB moet zijn geweest dat de beste sporters straks in Canada aan de start verschijnen, want ook zij zijn gebaat met goede Nederlandse prestaties op de Olympische Spelen. Alleen de manier waarop dit allemaal tot stand moet komen is weer typisch Nederlands en erg amateuristisch.

In Nederland zijn we altijd meester in compromissen sluiten en polderen, terwijl je op basis van de resultaten van vorig seizoen en een gezonde inschatting van mensen die er verstand van hebben ook wel tot dezelfde tien mannen en vrouwen was gekomen. En als er al een naam anders zou zijn, dan gaat degene echt niet straks het verschil maken in Vancouver.

Nee, je krijgt zo langzamerhand het gevoel dat commerciële belangen eerder prioriteit hadden. De laatste vier dagen live televisie op “primetime”, ja dat is wel degelijk interessant voor sponsoren. En het grote publiek maar denken dat er wel degelijk iets op het spel staat. Als nummer negen zich op een afstand toch kwalificeert i.p.v. nummer twee, tja dan hoef je eigenlijk dit soort wedstrijden niet te organiseren lijkt mij.

Gevolg is straks dat we minder medailles halen dan dat onze potentie is. Er zijn straks sporters die meerdere malen naar een piek in hun periodisering moeten werken omdat ze nog niet gekwalificeerd zijn. Kwalificatie wordt dus voor heel veel sporters een doel op zich, terwijl het daadwerkelijke doel in februari moet liggen.

Als ik terugdenk aan onze olympische voorbereiding dan was het achteraf gezien een zegen dat we ons met de waterpolodames een jaar van te voren hadden gekwalificeerd voor Peking 2008. We konden ons een jaar lang optimaal voorbereiden zonder dat we ergens tussen door “top” moesten zijn. Een half jaar voor de OS moesten de meeste andere landen zich nog kwalificeren en namen dus gas terug in o.a. hun fysieke programma, terwijl wij volle bak doortrainden. Rusland koos ervoor om top te zijn op het kwalificatietoernooi in februari, wonnen de World League in juni en werden Europees Kampioen in juli. Gevolg was dat ze uitgeblust op de Spelen verschenen en kansloos zevende werden !

Volgens de theorie heeft een goede tapering in je periodisering een toegevoegde waarde van 2%. Dus dat scheelt bij het schaatsen op de korte afstanden een paar tienden en op de lange afstanden kan het seconden schelen. Bij het waterpolo is het niet te meten in doelpunten, maar is het meer in te schatten op gevoel. Fysiek kan je volgens de theorie top zijn, maar ben je dat mentaal ook ? Het feit dat wij in alle rust ons konden voorbereiden op ons belangrijkste toernooi uit ons leven gaf ons misschien wel een mentale voorsprong van 5% of meer. Die mentale voorsprong hebben de schaatsers nu niet en dat ……… dat voedt de veronderstelling dat we straks helaas minder presteren dan onze potentie groot is.

 

RvG (31-12-09)